Een kleine man sprak me aan op Oost ontmoet Oost. 'Ken je me nog?' Ik keek eens goed en moest ontkennend antwoorden. Maar toen hij zijn voornaam noemde, Benno, wist ik het meteen: Benno Hagenbeek, wijkgenoot en lang geleden een veelbelovend cabaretier.
Tekst: René Pennock, fotografie: Gerard Verschooten
De tengere man die voor me stond was geen schim meer van de Benno die ik zo vaak gezien en gesproken had toen ik in het Steigertheater werkte. Hij was kleiner, liep moeilijk, praatte moeilijk. Er was duidelijk iets met hem gebeurd. Al gauw bleek dat hij weliswaar broos oogt, maar dat hij, net als vroeger, duidelijk weet wat hij wil: een terugblik op zijn leven, in een artikel in de Wijkkrant, maar alleen van mijn hand, omdat we een theaterverleden delen. Hij wilde afspreken om te praten over zijn laatste voorstelling. Niet voor de publiciteit, want de voorstelling is inmiddels al achter de rug en was alleen voor genodigden. We spreken af in zijn stamcafé, Hotel 't Spijker in Beek, waar hij op zijn verjaardag die laatste keer speelde en waar binnenkort mogelijk ook de afterparty van zijn uitvaart zal zijn, want het einde van deze kleurrijke figuur is in zicht.
Benno mag dan vermoeid ogen, als hij praat is hij nog altijd even bewogen en enthousiast. "Ik was een angry young man en nu ben ik een angry old man", bevestigt hij. Hij won in 1976 met Hans de Jong als 220 Volt de tweede plaats op het Cameretten Cabaret Festival en sleepte zelf dat jaar de persoonlijkheidsprijs in de wacht. Een glanzende carrière leek voor het duo weggelegd. “Ik heb globaal zo’n 15 jaar aan cabaret gedaan. Eerst op de middelbare school, met groeiend succes. Tijdens mijn laatste voorstelling daar was het zo druk dat de conciërge de deuren op slot moest doen. Mij is later verteld, dat er leerlingen door het toiletraampje naar binnen zijn geklommen! Daarna heb ik tien jaar tijdens mijn rechtenstudie opgetreden met 220 Volt en drie jaar voltijds solo. Hans en ik zijn goed uit elkaar gegaan toen we beiden waren afgestudeerd. Hij koos voor de muziek, ik voor het theater. In 1985 ben ik solo gegaan met mijn voorstelling 'Een Pose’. Ik mocht ook graag naar theatervoorstellingen van anderen kijken, vaak met mijn goede vriend Karel Verdonschot in het sfeervolle Steigertheater.” Verdonschot kwam in 2013 om bij een tragisch verkeersongeval tijdens een wielerwedstrijd.
Hagenbeek was over zichzelf en zijn programma net zo kritisch als over de maatschappij in zijn show en maakte nooit een tweede voorstelling. “Ik vond mezelf niet goed genoeg, er waren anderen die veel beter waren. De recensies waren niet zo lovend. Het was veel reizen, elke dag weer het decor opnieuw opbouwen. Ik deed er zoveel voor, maar kreeg er zo weinig voor terug. Halfvolle zalen of optredens op plekken waar ik me helemaal niet thuis voelde. Ik spuide mijn maatschappijkritiek soms voor een brallerig publiek dat aan hun glaasjes wijn nipte. Er waren ook hoogtepunten, hoor, zoals mijn korte tournee met Theo Maassen en mijn optredens vlak bij huis in het Steigertheater. Altijd een zaal vol welwillend publiek dat dichtbij zat en gezellig napraatte in het Steigercafé. Met pijn in het hart ben ik ermee gestopt. Ik heb alle recensies, foto's en affiches weggegooid onder het motto 'Dat hebben we gehad'. Er staat ook bijna niks op het internet, want dat bestond toen nog niet."
Hagenbeek zocht een baan in de advocatuur. "In het strafrecht, want daar was ik in afgestudeerd, maar dat was niks voor mij. Ik mocht eraan ruiken, maar het stonk. Toen ben ik met Yen Remy, mijn vrouw, reizen naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten gaan organiseren. Rosetta Reizen heette onze organisatie. Een mooie tijd, waarin ik veel door landen als Egypte, Ethiopië, Libië, Iran, Irak, Jemen Soedan en Syrië trok om unieke en cultureel getinte groepsrondreizen uit te zetten. Dat kon toen nog.”
“Begin mei vier ik mijn 70e verjaardag hier in het restaurant van Hotel 't Spijker met een conference tijdens een borrel voor mijn familie, mijn vrienden, bekenden en contacten. Het is eenmalig. De eerste try-out is tevens de laatste voorstelling en de première zit daar tussenin”, vertelt Benno lachend verder. “Het was de vraag wat er eerder zou zijn, mijn 70e verjaardag of de borrel na mijn begrafenis, want ik heb al twee jaar kanker. Het is uitgezaaid en terminaal. Ik leef al tien maanden in extra speeltijd. Het lijkt er nu op dat er twee feestjes komen. Voor de eerste bereid ik een conference voor. Uit het hoofd, want na een beroerte is mijn rechterarm verlamd en kan ik niet meer schrijven. Ik mag graag iets laten zien op mijn feestjes. Toen ik 50 werd deed ik een kleine dansperformance. Iets wat ik nog nooit eerder had gedaan. Ik wilde eens uit mijn comfortzone stappen en weten hoe het was om John Travolta te zijn. Een paar dagen voordat ik 60 werd viel ik van een trapje. Ik kwam ongelukkig terecht op een Egyptisch theetafeltje, brak drie ribben, scheurde mijn milt en mijn schouder raakte uit de kom. In het ziekenhuis had ik natuurlijk veel tijd om te denken en bedacht ik een korte conference. Ook toen uit het hoofd, want ik kon niets opschrijven. Ik mocht speciaal voor mijn feest één dag naar huis en voerde de conference met ter plekke bedachte improvisaties op. Het sloeg aan. De volgende ochtend moest ik me om 9 uur weer melden in het ziekenhuis.”
“Voor mijn 70e wilde ik hetzelfde doen, met een nieuwe conference. De vraag was of ik dat nog wel zou halen. Ik moet het nog een maand volhouden”, vertelt Benno tijdens ons gesprek. “Ik lig veel op bed, met mijn kat aan mijn zijde. Het geeft me de tijd om over m'n conference na te denken. Ik doe het vooral voor mijn zoon Sam (27) en mijn dochter Noor (24). Zij hebben me nog nooit live zien optreden. Zij hebben het niet makkelijk met mijn kanker, ik wilde ze dit meegeven”, zegt Benno en kan even zijn tranen niet onderdrukken.
"Ik probeer altijd mensen aan het lachen te krijgen", zegt Benno. “Nu is daar helemaal behoefte aan, want er is veel onrecht. Het is allemaal oneerlijk verdeeld in de wereld. Het zou een mooi thema voor een nieuw groot programma kunnen zijn, maar dat zit er niet meer in."