Natuur is in. Zeker op tv. Je kunt geen tien kanalen langs zappen zonder een frisse blik op die ongerepte Moeder Natuur. We belijden massaal van haar te houden: ze heeft die andere moeder, Maria, in populariteit al verslagen. Maar houden wij wel écht van haar?
Ja, van hagelwitte Fa-stranden, karmozijnrode koraalriffen en bruisend-blauwe bergbeekjes. We houden van het maagdelijke paradijs, maar niet van de woeste wildernis. Wildernis krijg je wanneer je toekijkt – met je armen over elkaar. Voor een paradijselijk ideaalbeeld moet een mens juist hard knokken. De wildernis op de eigen stoep wordt daarom genadeloos gesnoeid, geplet en vergiftigd. In het hyperhygiënische Hollandse huishouden is geen plaats voor 'n wild wijf.
Moeder Natuur vinden we ineens een vrijmoedige vrouw die net iets te lustig lonkt als het gaat om distels tussen de tegels, mieren in de keuken, mijten in 't matras. Een dood meesje vinden we daarentegen al gauw "Aaahh... zielig”. Terwijl een paartje meesjes toch gauw zo'n 30 jongen bij elkaar kweekt in een broedseizoen. Een eenvoudig rekensommetje leert dat er daarvan binnen een jaar 28 de pijp uit gaan om volgend voorjaar weer op dezelfde mezenstand uit te komen.
We willen er op een of andere manier niet aan dat de natuur eigenlijk een massaal sterfbed is. Ieder jaar gaat meer dan 90% van alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit, doodgewoon dood. Bij schermutselingen tussen wisentstieren in de Maashorst vallen wel eens gewonden, waarover direct bezorgde stemmen klinken. Terwijl dit gedrag hoort bij een zelfredzaam ecosysteem. Maar nee: zelfs onze wisenten moeten bij voorkeur grazen in het gouden licht, met een glimlach op de snuit en een keurig medisch dossier. Alsof de natuur een openluchtfilmset is, met een dierenarts net buiten beeld. Toen in het voorjaar van 2024 in een nieuwbouwwijk spontaan op een braakliggend veldje spontaan klaprozen, distels en margrieten opkwamen, werden er binnen een week drie meldingen bij de gemeente gedaan van verwaarlozing. Natuur is welkom, zolang ze op haar plek blijft — netjes achter een bordje met “ecologisch beheerd”.
We willen de natuur kennelijk als ansichtkaart, niet als werkelijkheid. In onze paradijs-natuur wordt niet doodgegaan, daar stinken geen etterende wonden, daar ruiken de rozen nooit rot. Daarom is de tv zo ideaal voor ons contact met de natuur: je ruikt niks!
Reacties?
Illustratie: Rens van Vliet