Lange tijd heerste er in Nederland een sterke aversie tegen Duitsers. Ik had er zelf ook last van: bij sportwedstrijden was ik lange tijd vaker tégen Duitsland dan vóór Nederland. Dat sentiment leeft in ons land nog steeds, maar nauwelijks meer onder jongeren.
Wat was het klassieke frame? Duitsers zijn arrogant, graven te diepe kuilen in onze stranden, scheuren te hard in hun BMW of Mercedes, zingen lelijker schlagers, hebben geen humor, en bezetten met bier, buiken en bratwurst Mallorca. Bovenal: ze stalen de WK-finale van ons in ’74. Dat Nederland nooit wereldkampioen werd en Duitsland al vier keer, blijft steken. En dan is er nog de fiets. Want blijkbaar rechtvaardigde dat vooral de bodemloze diepte van onze Duitsers-afkeer: wij waren zó goed in de oorlog en zij zó fout.
Tijdens de oorlog waren er 30.000 verzetsstrijders tegenover 130.000 NSB’ers. Er sneuvelden meer Nederlanders in Duitse dienst dan in de strijd tégen de moffen. Nergens in bezet West-Europa werden zoveel joden weggevoerd en vermoord als uit ons land. Zijn we met ons “geef eerst onze fietsen terug”, niet vooral onze eigen schaamte aan het overschreeuwen?
Want Duitsland is inmiddels een bovenstebeste buurman. Het is verreweg onze grootste handelspartner en levert via de meeste buitenlandse toeristen ook weer geld in het laatje. Rotterdam werd in 1962 de grootste haven ter wereld dankzij het achterland, het Duitse Ruhrgebied. Onze natuur profiteert ook volop van onze oosterburen. Zeearend, visarend, slechtvalk, oehoe, kraanvogel en wolf kwamen hierheen omdat het in Duitsland zó goed met ze ging dat ze nieuwe gebieden konden koloniseren. Hebben we de Duitsers ooit een bedankje gestuurd?
Vondel kwam uit Duitsland, net als het lied Tulpen uit Amsterdam. Claus was Duits, evenals Bernard, Emma en Wilhelmina van Pruisen. Dus onze koning is voor ruim 90% genetisch Duits, net als Willem van Oranje – onze ‘Vader des Vaderlands’. En waarschijnlijk hebben jij en ik ook Duitse genen. Honderdduizenden Westfaalse en Hessense seizoensarbeiders, de zogeheten Hannekemaaiers, vestigden zich namelijk in de 17e, 18e en 19e eeuw in Nederland. Niet voor niets zingen we in ons volkslied: “Ben ik van Duitsen bloed.”