Grote woorden lijken ineens aan de macht. Het ‘strengste asielbeleid ooit’ regeert in ons land en elders belooft ene Trump een gouden eeuw voor de VS, ten kostte van anderen. Kortom, we leven in een tijdperk van grote woorden van grote ego’s. Maar het echte werk – het kleine werk – begint hier, in de wijk, in de buurt. En daar gaat het gewoon goed met de medemenselijkheid.
Kijk maar eens rond. Het pakketje dat een buurtbewoner aanneemt, de hond die iemand uitlaat voor een zieke overbuurvrouw, het verdwaalde kind dat thuisgebracht wordt, het Turkse brood dat over de schutting wordt aangereikt, de gepensioneerde die zijn buurvrouw naar het ziekenhuis rijdt. Kleine, bijna achteloze gebaren, maar ze vormen de basis van iets veel groters: een samenleving die werkt, ongeacht de koers van Den Haag of het Witte Huis. De meeste mensen willen immers helemaal geen wantrouwen en wij-zij-denken.
Natuurlijk, we kunnen elkaar kwijtraken in discussies over migratie, Gaza en klimaat - belangrijke onderwerpen. Een stabiele, empathische samenleving ontstaat niet door ruzies op X. Die begint hier, met oog en oor voor elkaar, met een open deur. De grote politiek blijft grillig, maar in de buurt kunnen we op elkaar blijven rekenen. In de afgelopen tien jaar is de burenhulp in Nederland zelfs gegroeid. Volgens de VNG bood in 2014 ongeveer de helft van de Nederlanders burenhulp aan. Dit percentage steeg naar bijna twee derde in 2024. De meest voorkomende vormen van burenhulp zijn: een oogje in het zeil houden (61%), boodschappen doen (49%), vervoer regelen (39%), hulp bij administratie (22%) of oppassen op kinderen of huisdieren (21%). Ruim 85% van de inwoners voelt zich daardoor thuis in zijn of haar buurt.
Misschien moeten we het gewoon zelf doen. Niet in plaats van de politiek, maar ondanks en naast de politiek. Dus ja, de wereld mag soms onveilig en onberekenbaar zijn. Maar als ik door Oost loop en iemand groet mij met een oprechte glimlach, dan weet ik: hier zit het wel goed.