Dit is de column die Wijkkrantcolumnist Tuk Melissen uitsprak tijdens het evenement Oost Ontmoet Oost op 23 maart.
Vorig jaar was het thema van Oost ontmoet Oost ‘mobiliteit’. Blijkbaar is dit helemaal uit de hand gelopen en is iedereen in al zijn mobiliteitsenthousiasme een andere kant op gegaan. Want dit jaar staat Oost ontmoet Oost weer in het teken van ‘ontmoeting en verbinding’.
Ikzelf heb het daar altijd moeilijk mee. Ik ben van nature nogal verlegen en bij het woord ‘ontmoeten’ hoorde ik vooral ‘moeten’, en dan had ik er eigenlijk al helemaal geen zin meer in. En omdat ik als klein jongetje nogal roekeloos was, en met mijn kinderfietsje om de haverklap verongelukte, denk ik bij het woord ‘verbinden’ dan ook vooral aan het Sint-Jozefziekenhuis. Dat roekeloze was trouwens geen karaktertrek, maar kwam door het boekje Pietje Pelle op zijn Gazelle. Die had een fiets die zó sterk was dat hij door een stenen muur kon rijden. Dat probeerde ik dus ook een paar keer, maar met mijn Gazelle kon dat dus níet.
Ik kom voor mijn werk nogal veel communicatiemensen en ambtenaren tegen en die verbinden zich al zo’n jaar of tien helemaal suf. En dan lees je dingen als:
"Verbinden is ons uitgangspunt. Wij willen mensen met elkaar verbinden, mensen met hun omgeving en met hun toekomst. Door te investeren in ontmoetingsplekken. We willen dat mensen zich verbonden voelen met hun buurt, hun stad. Verbinden is onze opgave. We doen het samen."
Dit is overigens de letterlijke tekst uit een collegeprogramma van een willekeurige gemeente.
Ik zou zeggen: beste mensen, hou er nou eens mee op! Al dat verbinden leidt nergens toe. We moeten juist ont-binden. We moeten ons mensbeeld kantelen, want we zijn al helemaal met elkaar verbonden.
De meesten van jullie denken dat we allemaal losse unieke individuen zijn, maar dat is helemaal niet zo. Steeds meer onderzoek laat zien dat de mensheid een soort bijenvolk is of mierenvolk, waarbij iedereen zijn rol speelt. En dan heb ik het niet over zwarte, gele of witte bijenvolken. De hele mensheid is één bijenvolk.
Wij hebben ook een bijenkorfgeest. We denken dat we heel veel weten, maar we hebben geen idee hoe zelfs de simpelste dingen werken. Want leg maar eens uit aan je kind hoe een ritssluiting werkt. Of een automotor. Vrijwel al onze kennis en vaardigheden is gezamenlijke kennis. Die ligt opgeslagen buiten onszelf, in bibliotheken, computers maar vooral in andere mensen.
In het Engels hebben ze daarvoor het woord ‘scenius’. Het is een combinatie van de woorden ’scene’ en ‘genius,’ en verwijst naar het idee dat creativiteit niet van individuen komt, maar juist van interactie en samenwerking. Dus zoiets als ‘collectieve genialiteit.’
Ik snap wel waar de drang tot verbinden vandaan komt, want onze gezamenlijke band voelen we vaak ook echt. Als het met iemand ‘klikt’ dan geeft dat een fijn gevoel.
Maar dat is ook meteen het gevaar. Dat zorgt er ook voor dat we altijd maar steeds met dezelfde soort mensen blijven omgaan.
Net zoals wij hooligans en kunstenaars hebben, heeft elk mierenvolk zogenaamde ‘gekke mieren’. Die gekke mieren zoeken de grenzen op en verongelukken, maar het zijn ook juist de gekke mieren die de nieuwe locatie vinden om een nieuw nest te bouwen, waardoor het mierenvolk blijft voortbestaan.
Daarom stel ik voor dat we vanaf nu stoppen met verbinden, want we zijn al verbonden genoeg. Het is tijd dat we gaan ont-binden. Weg uit onze eigen bubbel. Stuur je kinderen niet op hockey, maar op ijshockey. Ga niet golfen met je baas of je buurman, maar ga biljarten in het Waterkwartier of darten bij Piet Huisman. Samen met de poetshulp een middagje naar Vitesse, dat soort dingen.
Wat mij betreft, is dit onze laatste Oost Ontmoet Oost. Volgend jaar doen we Oost Ontmoet West. Of Oost Ontmoet Noord.
Laten we een voorbeeld nemen aan de gekke mieren.