1 Januari zou het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging openbaar worden, met 425.000 dossiers van Nederlanders die tijdens de oorlog ‘onvaderlandslievend gedrag’ vertoonden: NSB-lidmaatschap, verraad, zwarthandel, verkering met een Wehrmacht-soldaat. Alle dossiers van vermeende collaborateurs inkijken vanachter je eigen computer. Dat was althans het plan, maar er kwam gedoe, met privacywetgeving als smoes.
De ophef is vreemd, want bijna alle betrokkenen zijn inmiddels dood. Blijkbaar wordt ‘fout in de oorlog’ als genetisch besmettelijk gezien. Iets waarvoor kinderen en kleinkinderen zich nog lang moeten schamen. Hetzelfde mechanisme waarmee kleinkinderen van gastarbeiders nog steeds als Marokkaan of Turk worden weggezet.
De schande van ‘fout’ kleeft even hardnekkig als zachte kauwgum in een mohair truitje. Zou dat komen omdat, na de oorlog, iederéén in het verzet zat? Of dat de grootste collaborateurs dit het hardst riepen? Ik weet het niet, maar deze kwestie deed me wel terugdenken aan de geschiedenislessen van Meneer van de Weijer. Van de Weijer was van voor de oorlog en had een sub-optimale verhouding met Duitsers. Zijn fascinatie voor het fascisme was besmettelijk. Dat kwam door zijn onorthodoxe onderwijsmethoden. Hij verzamelde langspeelplaten met toespraken van Adolf H. en bracht die naar het klaslokaal om ze integraal af te spelen. Een andere keer klapte hij het schoolbord open, met daarop een Duitse tekst, en het volgende uur studeerden we het Horst Wessellied in. ‘Die Fahne hoch, die Reihen fest geschlossen; SA marschiert mit ruhig festem Schritt‘. Dat werk. Toen we tekst en melodie onder de knie hadden werd de sfeer nog wat opgeschroefd door marcheerpassen te stampen op de houten vloer van het noodlokaal. En toen we daar echt plezier in kregen zette Van de Weijer plots de muziek af, om ons met goed gespeelde woede in te peperen hoe makkelijk je als argeloze burger in de val trapt van fascistische onzinverhalen en communicatietrucs. Onuitwisbare pedagogie.
Mensen zijn niet goed of fout. De echte fout is dat je niet leert van de geschiedenis, dus hoe makkelijk of hoe graag je in hun val trapt. Die val is dezelfde als vroeger en heet fascisme: politieke wijsmakerij, gemanipuleerd nationalisme, aanjaag-angst met een zondebok die zwak genoeg is om ook de meest laffen het lef te geven mee te trappen. Schapen over de dam.
Na een oorlog is het makkelijk wijzen met de fout-vinger, maar het gaat erom wie fout zijn vóór een oorlog: de angstaanjagers die samenlevingen opofferen voor eigen politiek gewin.