Toen onze Tuk een Tukje was, had het leven een andere dynamiek. De enige vrije dag was zondag. En dan alleen nog de middag, want de ochtend al was afgeblokt voor kerkbezoek, ochtendborrel en rundvleessoep met balletjes. Voor de zondagmiddag bleven er maar twee dingen over: familiebezoek of wandelen in het bos. Het enige leuke van familiebezoek was het ijsje op de terugweg, dus de maandelijkse boswandeling was het recreatieve hoogtepunt.
Het begin van de wandeling vertelde mijn vader altijd iets over een plantje of beestje of wie er waren opgehangen op de Galgenbult. Maar omdat niemand zich daarvoor interesseerde lieten we ons afzakken om zijpaden in te sluipen en onszelf te laten verdwalen. Uren doolden we rond. We beklommen een boom, bespiedden een hertje of beslopen onwetende wandelaars. Na een paar uur hoorden we ma en tante Marie in de verte gillen en dan wisten we dat het weekend weer voorbij was.
Het fijne gevoel van zondagmiddagbos heeft me nooit losgelaten en misschien heb ik daarom van mijn leven één groot dwaalspoor gemaakt. Planning was voor watjes. Mijn loopbaan was vol zijpaden en sluiproutes, zowel op werkterrein als relatiegebied. Nooit het onderste uit de kan gehaald (daar zit meestal toch alleen maar drab), maar vaak aanbeland op plaatsen waarvan ik het bestaan nooit had vermoed en bij mensen, leuker dan ik had kunnen wensen.
Andere tijden. Niemand komt meer ongevraagd langs en het leven hangt van routeplanners aan elkaar. Geen tijd meer voor dwalen, bestemming is het doel. Nieuw dieptepunt zijn de wandelpaaltjes die de laatste maanden als paddenstoelen uit de grond kruipen. Palen van gerecycled plastic met kleurige pijlen erop, zodat je snel het juiste pad pakt.
Het waarom is een raadsel, want wandelen en haast gaan niet samen. Niet voor niets zijn wandel, dan wel dwalen anagrammen. Misschien hadden de regio’s Arnhem en Nijmegen geld over om wat ambtenaren en ontwerpers aan het werk te houden? Misschien iets educatiefs, een app met informatie die je onmiddellijk weer vergeet? De meest waarschijnlijke reden is dat de stadsregio’s subsidie hebben binnengehengeld voor een bestemming van ons gerecycled plasticoverschot. Iets anders kan ik niet bedenken, want zelfs landerijtjes en bosjes met maar één wandelpad staan nu vol met routepaaltjes. Zelfs midden in de stad struikel je erover.
Als je denkt dat wandelen efficiënter moet, dan moet je snel naar de psychotherapeut. Die zal je dan adviseren om eens wat vaker te gaan wandelen.