Medio november plaatst Liander een ‘bijzonder elektriciteitshuisje’ in Oost. Precies tussen Café Jos en het Daalseplein. Een exemplaar waar afgelopen zomer zoveel over te doen was. Niet de noodzaak is omstreden, maar de locatie. Althans, volgens aanwonenden. Vanwege het verdwijnen van een uniek uitzicht en parkeerplekken voor auto’s.
Tekst en foto's: Anton de Wildt
Anton de Wildt ontdekte dat de gemeente eerder in de buurt al eens een bijzonder elektriciteitshuisje bouwde. In 1940 om precies te zijn. Op een wel zeer verrassende plek. En dat kostte geen parkeerruimte voor auto’s. En al helemaal geen uitzicht. Alleen wat ruimte om je fiets te parkeren. Dat werd echter ruimhartig gecompenseerd. Er waren toen alleen maar winnaars. Hoe dat zat, lees je in onderstaand verhaal. Een vrijwel integrale weergave van een paragraaf uit zijn Daalseplein Courant van dit jaar.
Tot in het midden van de jaren twintig van de vorige eeuw was, daar waar nu het Daalseplein ligt, veel minder bebouwing. De huidige straten lagen er al wel bijna allemaal. Maar bijvoorbeeld nog niet het deel van de Jozef Israëlsstraat tussen Tooropstraat en Palestrinastraat. De huizen in Bergansiusstraat en Elandstraat stonden er al sinds 1910. Volksbelang bouwde in 1924 op de hoek Daalseweg-Gregoriusstraat. En ook Woningvereeniging “Nijmegen” was hier in die tijd bouwend actief. Het badhuis ging in 1928 open.
In de jaren twintig en dertig breidde de stad zich in deze omgeving flink uit. De vraag naar elektriciteit, waterleiding en riolering groeide. Kortom: indertijd veranderde het uiterlijk van Oost-Nijmegen – zo noemde men Nijmegen-Oost toen - enorm. Wat de voorziening van elektriciteit betrof, moest er een plek gevonden worden voor een hoogspanningsruimte. Ruimte genoeg, denk je dan. Klopt, maar toen al zocht men een locatie waar deze niet in het oog viel.
In maart 1940 benaderde ir. F. Jansen, directeur van de Gemeente Elektriciteitswerken (GEW) de voorzitter van Woningvereeniging “Nijmegen”, Willem van der Wagt. Die was eigenaar van het badhuis. Het pand dat nu nog steeds op de hoek Daalseweg-Koolemans Beynenstraat staat. Jansen vroeg toestemming om een gedeelte van de fietsenstalling van het badhuis te mogen gebruiken. Die plek – precies achter het badhuis - leek hem namelijk geschikt voor die hoogspanningsruimte. Jansen was bereid om het verlies aan fietsenstalling bij het badhuis te compenseren. Dat wilde hij doen door zogenaamde rijwielblokken ter beschikking te stellen. Van der Wagt ging akkoord. Wel vroeg hij een vergoeding van fl. 7,50 per jaar. Dat was voor het gebruik van de grond. Ter compensatie wilde hij ook 25 rijwielblokken ter vervanging van het fietsenrek. Tien aan de buitenzijde van het gebouw en 15 in de nog beschikbare ruimte van de fietsenstalling.
En zo kwamen de heren snel tot een deal. Vanaf de Prins Hendrikstraat legde men een hoogspanningskabel naar het badhuis. Ook volgde de aanbesteding van de bouw van de hoogspanningsruimte. De bouw werd gegund aan J.A. van den Hoogen, een aannemer uit de Van Peltlaan. Prijs: 789 gulden. In 1941 nam de gemeente de hoogspanningsruimte in bedrijf. ‘Hierdoor is voorzien in een reeds lang gevoelde behoefte aan een voedingspunt voor deze uitgebreide wijk’, aldus het jaarverslag van GEW. Een zeer bijzondere plek voor een elektriciteitshuisje. Een paar rijwielblokken die de GEW in 1940 beschikbaar stelde, zijn anno 2025 nog steeds zichtbaar in de voormalige fietsenstalling van het badhuis. Zien? Informeer bij Froukje van Doorn van De Horde, huurder van het badhuis.
Foto's:
1. Leon, vrijwilliger van de Horde, wist de hoogspanningsruimte uit 1940 aan.
2. De beoogde plek voor het nieuwe elektriciteitshuisje, gezien vanaf het terras van café Jos.