Uit de Wijkkrantrubriek ‘Prikbordadvertenties’ van een jaar geleden:
“Heb je een oude schaakcomputer van tussen 1977 en 1990 die werkt en compleet is? Evt. tegen een kleine vergoeding. ”
Tekst: Gottfried Erdtsieck, foto: Marc van Kempen
We weten allemaal dat het doel van de Wijkkrant o.a. is om bewoners te verbinden en het blad is natuurlijk een graag gelezen communicatiekanaal in onze prachtige wijk. En, over verbinding gesproken, wat is dan een jaar later de ‘opbrengst’ van zo’n verzoekje ….?
Ik val bij Marc Eijck (57) met de deur in huis: Waarom wil iemand in ‘s hemelsnaam een schaakcomputer van tussen 1977 en 1990? En dan, kun je er nog van winnen?
Marc steekt van wal: “Het verhaal begint in m’n jeugd. Als kind begon ik met schaken. En ik schaakte veel, heel veel. En steeds meer. Ik was een goede schaker, en ik werd een eersteklas schaakfanaat. Het spel begon allengs mijn hele leven te beheersen. Zodanig, moet je je voorstellen, ik was 16, 17 jaar, dat op een gegeven moment mijn moeder met mij naar de huisarts is gegaan, want mijn schoolprestaties leden eronder. Ik zat op een schaakclub in het wijkcentrum bij de St. Stevenskerk. Ik draaide helemaal door. Het was alles of niks. Ik kon niet meer slapen, ik was er dag en nacht mee bezig. De huisarts had het volgende ‘medicijn’: ga van de schaakclub af en koop een schaakcomputer. Je hebt geen menselijke strijd en je kunt gewoon de batterij eruit halen! Dat was rond 1985.
Dus ik ben van de schaakclub afgegaan en ik heb mijn middelbare school kunnen afmaken.
Die generatie schaakcomputers heeft indruk op mij gemaakt. Het was in feite mijn redding. Jaren later, in mijn studietijd, rond de jaren ’90, ben ik ook weer fanatiek geworden en voelde het goed als ik van zo’n computer won. Want ik kon er wel van winnen.
Maar ik ben er ook weer mee gestopt.”
“En nu, nu ik wat ouder ben, heb ik weer wat meer tijd. Ik ben wat minder gaan werken en ik schaak nu online. Ik dacht: wat zou het leuk zijn om het weer eens tegen die oude bakkies op te nemen! Weet je wat? Ik ga kijken of ik nog een paar van die oude dingen op de kop kan tikken! Het was niet zozeer dat ik ze allemaal wilde hebben, voor mij was het wel jeugdsentiment, nostalgie. Wie weet hebben mensen er nog eentje op zolder liggen, vandaar die oproep in de Wijkkrant. Ik ontving enkele reacties, en een man die reageerde, die heeft mij een ‘Mephisto’ gegeven. Hij had ‘m destijds van zijn kleinkinderen gekregen, maar hij deed er niks mee, dus hij gaf ‘m zo aan mij. Hij hoefde er niets voor te hebben.”
Voor ons liggen enkele schaakcomputers op tafel. Ze beantwoorden niet aan het beeld wat ik er vooraf van had. De ‘Mephisto’ is een zwart apparaatje van 10 x 20 x 5 cm met een klein schermpje met toetsen. Dat is alles. Ook wat forser uitgevallen exemplaren, maar ook kleinere van het formaat rekenmachientje. Een enkele zit in een doos, dan lijkt het nog meer dan het is. En het neigt naar het therapeutische als Marc er aan toevoegt: “Maar ja, ik moet zeggen, dat ik er nu wel klaar mee ben. Voor mij is het nu af. Ik ben van mijn jeugdfrustratie af gekomen en nu blijf ik natuurlijk vrolijk doorschaken. Het is zo’n mooi spel. Niet om slimmer te zijn dan je tegenstander, maar de Chinese wijsgeer Sun Tzu heeft het in zijn werk ‘De kunst van het oorlogsvoeren’ al rond de 500 v.C. opgeschreven: ‘Je wint de oorlog niet omdat je sterker of slimmer bent, maar je wint als je weet wat je tegenstander gaat doen. Het gaat niet om jouw plan, het gaat erom dat je weet wat het plan van je tegenstander is… ‘. En nu gaan die schaakcomputers gewoon weer de deur uit, ach, een paar zal ik wel houden. ”
Dichtbundel
Aan het eind van mijn bezoek komt er een andere kant van Marc aan bod. Marc: “Ik ben geestelijk verzorger, maar niet via de kerk. Vroeger noemden ze dat pastor. Ik begeleid mensen, oudere mensen in een verzorgingstehuis die ik in de laatste fase van hun leven ondersteuning kan bieden. Ik ben daar erg op m’n plek, en dat werk raakt aan een Marc die ik ook ben: dichter. Ik schreef al in m’n studententijd af en toe wat gedichten. Toen ik 25, 26 was, begon ik het serieuzer aan te pakken en begon ik te werken aan mijn eerste dichtbundel. Vijf jaar geleden heb ik mijn tweede dichtbundel uitgegeven: ‘In fragment’. En nu ben ik druk bezig met al weer mijn derde bundel! Een titel heb ik nog niet, ik zit in de laatste fase.”
Op het eind van ons gesprek valt alles in elkaar: Marc verbindt ratio en emotie… de schaker met de dichter…
-------------------------
© Marc van Kempen Fotografie
Bij interesse in de foto kunt u contact opnemen via:
www.marcvankempenfotografie.nl
No use allowed without permission
Online/Offline/Commercial