Wat vooraf ging:
René Pennock schreef een waargebeurd verhaal (deel 1) voor het Ommetje van Oost. Zijn schoonvader parkeerde tijdens zijn vakantie zijn grootste trots, een DAF 66, bij zijn dochter. René wilde de auto uit de garage rijden, maar bleef met de zijbumper achter de deurpost haken en sloopte het. Een nieuw bumpertje was nergens te vinden, dus hij gaat 's nacht op strooptocht. Een verhaal over een modern fenomeen, waar zelfs onze koning en onze minister-president aan meedoen: excuses aanbieden. Maar niet aan de schoonvader.
In de dagen daarna zag ik overal DAF-jes staan. Allemaal zonder hoekstukken. Behalve één. Die stond in het Rooie Dorp onder een hele donkere boom. Ik denk: ‘als het niet anders is, dan moet het maar’. Daags voordat mijn schoonvader weer van vakantie thuis zou komen had ik nog steeds geen zijbumpertje, dus ging ik in het holst van de nacht op rooftocht. Om een zijbumpertje te jatten. Ik had een 25 centimeter lange schroevendraaier bij me en ging op pad, letterlijk als een dief in de nacht. In de bocht voor de Mater Dei hoorde ik opeens een enorme klap. Ik zie een auto die uit de Tooropstraat de Berg en Dalseweg op had willen scheuren, maar de bocht te ruim had genomen en vol in een geparkeerde auto was geknald. De dader doofde de lichten en reed er met grote vaart van tussen, mijn kant uit. Ik denk die houd ik wel tegen, maar tussen de Grut en de Mater Dei kun je verrassend snel accelereren, dus ik sprong opzij, maar kon nog net het kenteken opnemen. Ik liep door naar de Grut, waar ik toentertijd overigens achter de bar stond, en toen ik daar aankwam was de politie al gearriveerd. Ik meldde dat ik het kenteken had en een van de agenten vroeg me in de politieauto te gaan zitten voor een ooggetuigenverslag. Terwijl ik in de auto kroop voelde ik de schroevendraaier door de schouder van mijn jas naar buiten priemen. Eén agent begon met de vraag: 'wat bent u aan het doen zo laat nog op straat?' Dus ik verzon maar dat ik een ommetje aan het maken was. De schroevendraaier hebben ze niet opgemerkt. De eigenaresse van de aangereden auto heeft later 5000 gulden van de verzekering van de dader gekregen. Ze heeft me nog uitgenodigd voor een etentje in de Grut.
Ik vervolgde mijn nachtelijke strooptocht naar de DAF onder de donkere boom. Ik brak het bumperdeel los met m'n schroevendraaier en snelde naar huis. Thuis, het is inmiddels een uur of drie, schaamde ik me diep. Ik had toch maar een bumperdeel gejat van iemand die er helemaal niets mee te maken had en die toch zichtbaar ook heel zuinig op zijn DAF-je was geweest. Ik ben teruggegaan en heb dat oude verkreukelde hoekstukje van de DAF van mijn schoonvader op die andere DAF gezet. Iets beters om het goed te maken kon ik niet bedenken. Mijn relatie met mijn schoonvader stond immers op het spel.
De volgende dag zette ik het bumperdeel op het DAF-je van mijn schoonvader en denk tevreden: 'dat ziet hij nooit’".
Het is nu 35 jaar geleden, maar ik voel me er nog steeds schuldig over. Daarom wil ik de eigenaar van het donkergroene DAF-je dat onder een donkere boom in het Rode Dorp stond en dat opeens een verkreukelde zijbumper had, mijn excuses aanbieden voor wat ik gedaan heb. Gemakkelijke excuses, net als die voor het slavernijverleden, want het is inmiddels allang verjaard en de gedupeerden leven waarschijnlijk al lang niet meer. Maar daarom toch een niet minder welgemeend: 'Sorry!'.
Hoe het afliep? M'n schoonvader kwam thuis, liep allereerst rondom zijn DAF-je, keek naar de bumper en zei: 'Zo? Nieuwe zijbumper?'