Het wordt een bloedhete dag, dus maak ik mijn ommetje in de koele ochtend. De rest van de dag zie ik mezelf al wat schrijven, een beetje werken en lui hangen op het bankje in de schaduw.
Uit de kast heb ik mijn superdunne, zachtblauwe blouse getrokken. Ze doet me denken aan mijn Indiareizen, waar ik alleen maar luchtige, wapperende kleding droeg. Zo min mogelijk bloot vanwege het vele tempelbezoek.
Voor me lopen twee wat oudere dames. Ze dragen fleurige jurken tot over hun knieën: de een fel okergeel, de ander gemêleerd in alle kleuren van de regenboog. Alsof er een oosterse film voor me wordt afgedraaid. Ze zijn druk in gesprek en - zo bescheiden als ik ben - houd ik wat afstand om ze hun privacy te gunnen. Daardoor vang ik niets op van hun woorden. Totdat ze plots stil blijven staan en ik iets hoor over benen en bultjes. Ze werpen elkaar een serieuze blik toe en - hup - daar gaan de rokken omhoog. Werkelijk tot aan hun billen.
‘Wat doen jullie daar voor iets spannends?’ floept eruit voor ik er erg in heb. Gelukkig pakken ze het lachend op. In het groen van de stuwwal met de Ooijpolder op de achtergrond ontstaat spontaan een show van gekscherende half blote vrouwen met bergen lol. We liggen zowat dubbel en lopen al schaterend samen een stukje op. Onderwijl krijg ik uitleg: ze vergeleken hun bovenbenen, want tja, die veranderen toch echt met de jaren.
Na een laatste lach nemen we afscheid. Ik sla een zijpad in en gniffel nog lang na.
Of ik mijn bovenbenen ook heb laten zien? Welnee! Dat zou afbreuk doen aan het wonderschone schouwspel. Ik liep in mijn afgeritste kniebroek. Dat is een stuk minder spannend.