Journalist en vertaler Sonia Azatyar is in 2022 naar Nederland gevlucht vanuit Afghanistan. Zij woont nu in Nijmegen-Oost en schrijft onder andere gedichten en verhalen. In dit verhaal beschrijft zij haar eerste deelname aan de Vierdaagse.
Tekst: Sonia Azatyar. Fotografie: Fien Kraanen
Met blote voeten gevlucht uit oorlog naar hartverwarmend Nederland.
Te midden van duizenden vreemdelingen vond ik een stukje van mijn vaderland terug.
Drie jaar geleden vertrok ik met trillende voeten en een hart vol angst, weg uit een land waar meisjes nog hun vrijheid kwijt zijn, waar elke stap onder de blik van angst plaatsvindt, waar het stilzwijgen het gevolg is van bloed en granaatexplosies. Nu, in het kleurrijke Nijmegen, liep ik mee met een zee aan vermoeide voeten en hoopvolle harten.
Tussen meer dan 45.000 mensen die zonder oordeel, zonder grenzen, alleen met een glimlach en een open hart bij je wandelen, krijgt elke stap een nieuwe betekenis. Niet huidskleur, niet religie, niet nationaliteit, enkel menselijkheid. Samen dragen we iets wat in deze wereld steeds meer vervaagt: het geloof in de mens.
Elke stap voelde als een pelgrimstocht: van een verwond verleden naar een toekomst vol hoop.
Ik, een vrouw uit Afghanistan liep, samen met 55 anderen van de UAFgroep, in vier dagen meer dan 160 kilometer. Maar het was meer dan afstand overwinnen; het was een reis naar binnen. Langs herinneringen die zwaarder wogen dan de weg zelf. Bij elke voetstap voelde ik een oude wond helen en een sprankje hoop in mijn hart ontkiemen.
Samen haalden we ruim € 25.000 op voor gevluchte leerlingen die net hun pad van studie en nieuw begin zijn begonnen. Hun ogen staan vol vragen, hun harten vol verwachting zij herinneren mij aan mezelf drie jaar geleden. Wat een zegen is het dat ik nu een brug mag zijn voor anderen: een brug van ervaring, liefde en hoop.
Maar pijn dieper dan vermoeide voeten woedde in mijn ziel een pijn die geen enkel paar schoenen kan verlichten:
De pijn van mijn zusters in Kabul, wier vrijheid elke stap verzwaart;
De pijn van het gemis van familie, als anderen elkaar omhelzen en worden toegejuicht.
Ik verlangde naar de omhelzing van mijn moeder, de stem van mijn vader, het lachende gezicht van mijn broers en zussen, en mijn jeugdvriend die zou roepen: “Ik ben zo trots op jou.”
Toch, ondanks het gemis, zag ik in de gezichten van de mensen, in de blik van een kind dat mij water, eten of een bloem aanbood met zijn tere handjes, iets goddelijks. Ik voelde een zachte gloed uit hun glimlach. Alsof de hemel even neerdaalde en fluisterde: “Je bent niet verloren, je hebt je weg gevonden, je leeft nog steeds niet alleen in lichaam, maar met hoop, liefde en moed.”
In deze vier dagen zag ik het. In de glimlachen, in warme blikken, in elke bemoedigende stem die zei: “Je kunt het!” Jij kunt het.
Vrienden liepen naast me, lachten met mij, huilden met mij, en tilden mijn heimwee van mijn schouders. Ze werden mijn nieuwe familie. Met bloemen en hartelijke berichten voelden hun woorden als een troostende omhelzing. Ze lieten me begrijpen dat er nog pure menselijkheid bestaat in deze wereld.
En al die warmte deed me beseffen hoe gelukkig ik mag zijn.
Aan het eind van deze tocht leerde ik dat mens zijn soms niets anders is dan: Samen lopen, samen pijn dragen, en een wereld creëren waarin zelfs als je je land verliest, je een thuis terugvindt in de harten van anderen.
Moge er een dag komen waarop de meisjes van Afghanistan vrij kunnen lopen door de straten van hun steden; dat geen mens ooit meer hoeft te vluchten om te overleven; en dat geen hart ooit leeg blijft van liefde en betekenis."