In januari schreef Joop Peters van de Broerdijk een artikel over sterrenkunde en ruimtevaart, al meer dan vijftig jaar zijn hobby. In deze editie vertelt hij over het sterrenbeeld Pegasus. Zijn verhaal verscheen eerder in het blad Halley Periodiek, het kwartaalblad van de volkssterrenwacht Halley te Vinkel. Joop schrijft regelmatig voor de Halley Periodiek. René Pennock vulde zijn artikel aan met weetjes over het mythische paard Pegasus uit de Griekse mythologie en uit een artikel van Mira Tax uit de Wijkkrant van januari 2006.
In het totaal staan er achtentachtig sterrenbeelden aan de hemel, waaronder de blikvanger Pegasus. Het sterrenbeeld is het op zes na grootste en prijkt in de herfst, vanaf nu dus, enige maanden hoog boven de zuidoostelijke horizon aan de sterrenhemel. Deze constellatie is gemakkelijk te herkennen aan het bijna perfecte vierkant dat bekend staat als het Herfstvierkant.
De oude Egyptenaren en de oude Grieken zagen in dit grote sterrenbeeld met veel fantasie het gevleugelde paard Pegasus. Dit mythische dier ontstond uit het bloed van het Gorgonenmonster Medusa, die met dat slangenhaar, nadat ze door de halfgod Perseus was onthoofd. Het paard werd de drager van de bliksemschichten van oppergod Zeus. In de oudheid was Pegasus veel bekender, dan zijn broer Chrysaor, die af en toe werd afgebeeld als een menselijke krijger, maar meestal als een gevleugeld zwijn. Er waren Egyptische munten en later ook Griekse munten in omloop met afbeeldingen van het iconische paard. Ook in onze tijd spreekt Pegasus nog altijd tot de verbeelding: Het paard staat bijvoorbeeld met zijn ruiter Bellerophon op de badge van de Britse Airborne Division, één van de geallieerde divisies bij de Slag om Arnhem.
Kunstenaar en beeldhouwer Ed van Teeseling (1924-2008) maakte het beeld van Pegasus, dat sinds 1965 op het plantsoentje tussen de Berg en Dalseweg, de Hengstdalseweg en de Sofiaweg staat, prominent aan de entree van de wijk Hengstdal. Het is voor velen hét symbool van die wijk. De apotheek op de hoek van de Dommer van Poldersveldtweg en de Tooropstraat is ernaar vernoemd. Van Teeseling wordt wel dè Nijmeegse stadsbeeldhouwer genoemd, want verspreid over de stad staan wel twintig figuratieve en abstracte beelden van hem.
‘In een van de oude mythologische verhalen rondom Pegasus trapt het paard met zijn hoef tegen een rots en laat op die manier de 'Paardenbron' ontspringen’, schreef Mira Tax in 2006 in De Wijkkrant. 'Een bron waaruit, zo wil het verhaal, de inspiratie voor dichters vloeide. Van Teeseling wilde het beeld oorspronkelijk in brons laten gieten en op een bijna vierkant stenen vlak plaatsen, gemaakt van scherven gladde marmer of hardsteen. Door het glinsteren van regenwater of het glanzen van de iets holle steen had de indruk van een fontein moeten ontstaan, wat mooi aansluit bij het verhaal over de bron. Brons was echter een stuk duurder dan steen en met het oog op een eventuele latere verplaatsing van het beeld koos men voor een sokkel van beton. In het voorjaar van 1965 wordt een plastic model van het paard naar het plantsoen gebracht en kijkt men waar het beeld precies geplaatst moet worden. Een medewerker van de gemeente schrijft later aan de wethouder: 'Het plastic model deed het overigens heel plezierig in de omgeving, waarvoor het gemaakt is’’, aldus Mira Tax. Het beeld is ruim twee meter hoog. Het heeft tot op heden alle denkbare weersomstandigheden getrotseerd.
De wijk is niet naar het paard vernoemd, want de naam Hengstdal is al veel ouder. De Sint Maartenskliniek ligt op de Hengstberg. In 1424 komt de naam Hynxtberch en in 1461 de naam Hynsberch al voor. Het dal staat al op een kaart uit 1570 als Hinsdael. De betekenis is onduidelijk.