Jarenlang heb ik fanatiek badminton gespeeld. Om nog enige voeling te houden met de onvergetelijke sfeer van internationale toernooien, dring ik mij soms op als gastspeler bij een veteranenteam. Zo raakte ik een tijd geleden verzeild op een kersttoernooi in Lissabon.
De andere reden om naar Portugal te gaan was mijn kameraad Luis. Ik had hem in geen jaren meer gezien, terwijl er tijden waren dat ik wekelijks bij hem over de vloer kwam.
Het was de koudste kerst die ik in jaren had meegemaakt. Niet vanwege de temperatuur, maar omdat niemand in de stad op het idee kwam om de kachel aan te steken. Iedereen deed net alsof het hoogzomer was en alle cafés benadrukten hun gastvrijheid met open deuren.
Luis en ik trokken een dikke jas aan en gingen naar een nieuw restaurant bij hem om de hoek. Jonge inrichting, moderne mensen en lekker eten voor weinig geld. Wat wil de Hollandse reiziger nog meer? Precies! Oogcontact met de mooiste ogen van Iberië! Het was een creatief meisje, want ze had zo’n leren tas waar grote tekeningen in passen. Na het kruisen van onze blikken leek ook zij nerveus te worden. Ze stuntelde met haar bestek en liet tot drie keer toe haar paraplu omvallen. Die ik dan weer terug kon geven, waardoor onze blikken weer kruisten, enzovoorts.
Plotseling stond ze op en vertrok met een guitige glimlach in mijn richting. Daarom duurde het nog even voordat ik in de gaten kreeg dat ze haar pen op tafel had laten liggen. Het was een dure Rotring tekenpen, dus ik greep het ding en rende de straat op in een poging haar te achterhalen. Helaas.
Bij terugkomst zag ik dat ze op haar servet een plattegrondje getekend had met pijlen en een eindpunt. ‘MC #48’ stond erbij geschreven. Was het een uitnodiging? Luis en ik betaalden ons eten en zetten de achtervolging in. Een spannende speurtocht voerde ons door de smalle kronkelstraatjes van Alfama en leidde naar een steegje in het oude centrum, Rua da Adica. Op het naamkaartje bij nummer 48 stond Maria Carlos Varandas de Conceição. MC 48! We keken elkaar aan en drukten op de bel. Een halve minuut later begon de deuropener te ratelen en de deur draaide open. Luis gaf me lachend een klop op de schouder en ging er vandoor. Deze wending had ik niet verwacht, maar ik was te nieuwsgierig om terug te krabbelen en liep de donkere trap omhoog. De voordeur in het trapportaal stond op een kier, dus ik klopte me voorzichtig naar binnen.
De keukendeur werd geopend door een mevrouw die meer leek op mijn achtentachtigjarige moeder dan op de juffrouw uit het restaurant. Ze was duidelijk slechtziend en schuifelde door het huis, waarbij ze de meubels als rollator gebruikte. Ik werd onthaald als een verloren zoon. Ik verstond geen woord. Dat kwam deels door een sterk accent en deels door het ontbreken van een kunstgebit. Maar ook al had ze vlekkeloos ABP gesproken, dan nog zou ik haar rappe tempo niet kunnen volgen, omdat mijn Portugees minder dan gebrekkig was. Portugezen begrepen mij slecht, wat ik weer niet begreep omdat ik met Luis hele gesprekken kon voeren. Later bleek dat Luis en ik door de jaren heen, uit flarden Portugees, Spaans, Engels en Nederlands, een eigen taal hadden ontwikkeld waar niemand anders het woordenboek van had.
Daar zat ik dan op kerstavond, achter een bord met slapgekookte kabeljauwkoppen die me vaag aanstaarden. Niet met de mooiste ogen van Portugal, maar met haar oma of buurvrouw of wie dan ook. De hoop dat ze nog langskwam gaf ik op toen ik zag dat er maar voor twee personen was gedekt. ‘Go with the flow’ dacht ik bij mezelf en na een slok wijn kwam de stemming er goed in. Maria Carlos vertelde honderduit en elk glas verhoogde de stemming, totdat we schaterlachend de kerstnacht ingingen. Ik had geen idee wat ze mij allemaal vertelde en zij nog minder van mijn bekentenissen, maar we hadden een topavond.
De volgende ochtend trof ik Luis aan de ontbijttafel en vertelde van de bijzondere avond. Hij keek nauwelijks verrast. Luis was teruggegaan naar het restaurant voor het hoofdgerecht dat we hadden gemist. En wie kwam even later binnen? Inderdaad, het meisje van de pen. En even later nog veel meer knappe jongens en meisjes. Een clubje studenten van de toneelacademie. Elke kerst lokten ze, als klassieke sirenen, argeloze toeristen naar eenzame buurtgenoten. Luis en het meisje waarvan ik dacht dat ze Maria Carlos heette werden vrienden. Nog elke kerstavond komen ze samen en eten dan cara de bacalhau, de traditionele kabeljauwkoppen.