De boomhut van Annaliza
In het Berg en Dalse bos gebeurt vanavond iets spannends. Er wonen allerlei dieren en een aparte, vriendelijke mevrouw. Zij heet Annaliza en woont in een hoge boomhut. Als je bij haar op bezoekt bent, heb je een prachtig uitzicht over het hele bos.
Tekst en tekening door Betsie Vermeulen. Marc van Kempen Fotografie
Het is een mooie avond als Annaliza haar boomhut schoon maakt. Met stoffer en blik veegt ze alle broodkruimels en zand van de grond. Langzaam loopt ze de ladder af en veegt ook die schoon. Zo kan ze de rommel in één keer in de grote houten bak droppen. Dit klusje doet ze het liefste ’s avonds wanneer het schemert en er bijna geen mensen in het bos zijn. Ondertussen is het beneden een drukte van jewelste. Aap springt heen en weer en roept ‘oe-oe-oe’ om Annaliza’s aandacht te trekken. Olifant trompettert zo hard dat de bladeren trillen. Mier Miep staat rechtop op Olifants rug terwijl tussen zijn poten een paar eekhoorntjes zitten te keuvelen en wat te eten. ‘Heb jij alles al op’, vraagt de een. ‘Bijna’ antwoordt de ander, terwijl zijn wangetjes steeds boller worden. ‘Zo weet ik zeker dat ik de komende dagen niet hoef te verhongeren. Stel je voor dat onze voorraad er straks niet meer is!’ ‘Je hebt gelijk’ fluistert de ene weer.
Een vreemde geur
‘Annaliza’ trompettert Olifant. ‘Hoor je me?’ Annaliza schrikt zich te pletter en valt bijna van de ladder. ‘Mijn hemel, Olifant, kan dat ook wat zachter?! Wat ben jij nog laat hier!’ ‘Ja, dat klopt’ antwoordt Olifant. ‘Ik had al lang bij mijn kudde op de open plek in het bos moeten staan om samen naar dromenland te vertrekken, maar ik wilde even vragen of jij weet wat die rare geur is die ik ruik.’ Annaliza steekt haar neus de lucht in en haalt diep adem. ‘Oohhh, ik ruik een brandlucht Olifant. Dat kan van alles zijn. Van de boeren die aan de rand van het bos misschien iets verbrand hebben of van Kabouter Roodwang. Die bakt ’s avonds wel eens pannenkoeken, weet je nog?’ Olifant is nog niet helemaal gerustgesteld. ‘Dankjewel Annaliza, ik ga toch maar even op onderzoek uit. Misschien overdrijf ik wel maar ik neem het zekere voor het onzekere.’ ‘Hartstikke fijn Olifant’ zegt Annaliza glimlachend. Ze klopt haar stoffer en blik schoon boven de houten stofkist en denkt ‘Zo, mijn paleisje is weer netjes.’
Op weg naar de brand
En zo gebeurt het dat Olifant nog een late bosronde doet en werkelijk het meest erge drama van zijn olifantenbestaan meemaakt. Hij steekt zijn slurf omhoog om te weten te komen waar de geur vandaan komt. Eerst drentelt hij nog wat en ontmoet hij andere dieren, zoals Giraf die voor het slapen gaan een laatste drankje uit het glinsterende vlindermeertje drinkt. De vlindertjes slapen trouwens al lang.
En dan gaat Olifant verder richting brand. Op zijn rug heeft de hele familie van Mier Miep zich genesteld. Ook de eekhoorntjes zijn erop gekropen en hebben in Olifants dikke huid een plooi gevonden waar ze met hun ronde buikjes lekker in weg kunnen zakken.
De brandlucht die Olifant ruikt wordt steeds sterker. Hij loopt sneller en sneller. Daardoor ziet hij sommige bomen of struiken te laat en worden ze vermorzeld onder zijn grote poten.
En dan, plotseling… wordt het lichter. Olifant hoort geluiden van allerlei stemmen. Het lijkt wel een heel klein volk. ‘
Wacht Olifant’, roepen de eekhoorntjes. Als wij nou eens eerst gaan kijken wat er aan de hand is? Wij kunnen vanuit de bomen gaan loeren. Wij zwaaien dan wel naar jou of het veilig is om te komen. Zo gezegd, zo gedaan. Voorzichtig springen de eekhoorntjes van boomtop naar boomtop. Maar al snel krijgen ze het wel heel warm en zitten ze midden in een oorverdovend lawaai. ‘Help, help’ horen ze. ‘Schiet nou toch eens op met je emmertje!’ ‘Als je het lantaarntje nou iets lager houdt kan ik het water er beter in scheppen!’ ‘Kom jongens, allemaal een zo lang mogelijke rij maken. Niet te ver van elkaar. En doorrrrrrrrrrgeven die handel!’ roept een ander.
De kabouterboom in brand
Een van de eekhoorntjes wenkt direct Olifant die het gebeuren eerst eens goed bekijkt. ‘Mijn hemel, wat een toestand’, denkt hij. Hij ziet heel veel mannetjes, met kleertjes van allerlei kleuren; rood, geel, bruin, blauw en felgroen. Sommigen hebben flapschoenen aan en een alpinopet op, anderen lijken zo uit hun bed gesprongen te zijn, want ze hebben een soort slaapmuts op en staan op hun blote voeten. Wanneer Olifant zijn hoofd naar rechts draait valt zijn bek helemaal open! Daar staat een boom, wel de hoogste en dikste van het bos en die staat in brand! Grote oranje vlammen vliegen uit de top. Onder de boom ziet hij ook al van die mannetjes, druk aan het werk. Ze halen meubeltjes, lampjes, gordijntjes en potjes en pannetjes uit de boom en zetten ze allemaal in het mos. Net iets voorbij het watertje.
Olifant bedenkt zich niet langer… Plons! Voordat hij het zelf in de gaten heeft, springt hij het water in. Kopje onder, hij neemt een grote teug, komt overeind en spuit met zijn slurf richting de brandende boom. Het gebabbel van de mannetjes verdwijnt en er klinkt alleen een hard ‘sssssss’. En weer laaien de vlammen op. En weer is daar het ‘sssssss’. En nog een keer en nog een keer. Telkens als Olifant weer spuit, klappen de kabouters enthousiast in hun handjes en roepen ze ‘Hoeraaaaaa, bravoooooo!’
Na vele keren spuiten worden de vlammen kleiner en lijkt het te lukken om de brand te blussen. Als er geen enkel oranje vlammetje meer te zien is juichen de mannetjes nog harder en maken een vreugdedansje rondom de boom.
De kabouters vertellen hun geheim
Als Olifant even op adem komt, vraagt hij: ‘Wie zijn jullie eigenlijk?’ Een kabouter met een opvallend rode neus kijkt omhoog en glimlacht. ‘Wij? Wij zijn de kabouters van het bos. Dit is onze kabouterboom. Wij wonen al jaren in deze boom. Kabouter Roodwang was een taart aan het bakken en toen ging er iets mis. Ineens sloeg de vlam in de pan en vloog de boom in brand. Gelukkig is het nu voorbij ook al is het nu nog wel een bende. Slapen kunnen we er nog wel met de raampjes open, maar koken gaat voorlopig niet lukken. Eerst moeten we de keuken goed schoonmaken.’
Een andere kabouter vraagt ‘Ohh.. en hoe doen we dat morgen dan met het herfstfeest?’ De hele ploeg kabouters piekert zich suf, want niet iedereen heeft een boomkeuken. Tot Kabouter Kromteen een idee heeft: ‘Zeg vriend Roodwang wat vind je ervan als je in mijn keuken de boel voor morgen verder klaar gaat maken?’ Kabouter Roodwang springt een gat in de lucht van blijdschap, net als de andere kabouters. Ze halen vanuit hun thuisboom melk, meel, olie, paddenstoelen en tomaatjes. Zo kan Kabouter Roodwang toch met de voorbereidingen van het herfstfeest beginnen. Ze spreken af dat ze hem de volgende dag weer komen helpen.
Het herfstfeest
De volgende ochtend fluiten de vogeltjes al heel vroeg en komen alle kabouters tevoorschijn, een beetje duf van de korte nachtrust. Ze dragen hun etenswaren richting Kromteens boom. Er zijn niet alleen veel kabouters in de weer maar ook veel mensen. De kabouters snappen het niet zo goed. Ook liggen er overal slangen. Het lijkt wel of ze de boom aan het nablussen zijn. Dat is toch niet nodig, want het vuur is al lang uit. ‘Oef’ Kabouter Blauwoog doet snel zijn handen voor zijn ogen. ‘Wat een licht!’ Als hij omhoog kijkt ziet hij een meneer met een apparaat in zijn handen waar steeds lichtflitsen van afkomen. De eekhoorntjes kennen dat wel. Zij hoorden mensen wel eens zeggen dat ze dan ‘plaatjes schieten’.
Maar het komt allemaal goed. Het herfstfeest begint. Er is genoeg eten, fanfaremuziek en er zijn zelfs kleurig versierde bootjes om mee over de meertjes te varen. Ook Annaliza is er met eigengemaakte jam en als speciale gast is er, jawel, Olifant! Iedereen lacht, zingt en danst. Het Berg en Dalse bos vult zich met gezelligheid, en niemand denkt nog aan de brand van gisteravond.
Het echte geheim
Lange tijd later, in de volle zomer, zit er een meneer met grote grijze snor op het bankje bij de kabouterboom. Hij leest een krant terwijl nieuwsgierige kabouters om hem heen piekeren. Wat zien ze? Een grote kop in de krant: ‘Brand in Kabouterboom is aangestoken door kwajongens!’ ‘Huh? Hahaha!’ De kabouters slaan op hun bovenbeentjes van het lachen. Zij weten wel beter.
En zo blijft het Berg en Dalse bos een plek vol geheimen, vrolijke kabouters, een bijzondere boomhut, en een Olifant die altijd klaarstaat om te helpen.
De avonturen rondom Annaliza's Boomhut komen ook voor in persoonlijke voorleessprookjes die Betsie Vermeulen schrijft voor kinderen, op basis van hun geboortehoroscoop.