Het was een cadeautje van de jarige Stichting Studentenhuisvesting (SSHN) die 75 jaar bestond. Oud-bewoners mochten nog één keer een nachtje komen slapen op Studentencomplex Hoogeveldt, op dat kamertje van drie bij vier. De SSHN had flink uitgepakt, want wat wérd het een feest. Een onvergetelijk reisje terug in de tijd (ik woonde er begin jaren 80). ‘Zelfs die ronde keukentafel was er nog.’
Het begon al met een vrolijke ontvangst donderdagmiddag 7 augustus op het pleintje van Hoogeveldt (Prof. Bromstraat) met koffie, thee en bananen. We waren met zo’n 70 oud-studenten, een bont gezelschap van alle leeftijden. De oudste, een dame van 90 jaar, mocht haar verhaal doen voor de NOS-camera (komkommertijd hè, Gaza, Oekraïne en de Prof. Bromstraat in het achtuurjournaal). Al gauw raakte iedereen met elkaar aan de praat en vlogen de herinneringen over het plein. Een 82-jarige oud-rechtenstudent had praatjes voor tien. Het enthousiasme groeide, evenals het geluidsvolume. We leken wel een eerstejaars introductiegroepje.
Vervolgens gingen we ons installeren op onze kamertjes, het nostalgisch hoogtepunt van de dag. Kijk, dat aanrechtje met spiegelkastje erboven! Nog precies hetzelfde! Net als die keukenkastjes! Voor het volgende onderdeel staken we de Heyendaalseweg over: gezellig bowlen bij Ol-Round. Nooit goed in geweest, maar nu had ik een heuse stoornis want al mijn ballen belandden in de rechtergoot.
Met etenstijd gingen we terug naar ‘onze’ gang om te koken. De SSHN kent haar studenten, dus had zij alvast gezorgd voor de ingrediënten: pasta, een potje pesto, geraspte kaas, tomaatjes en bier in de koelkast. Heerlijk! Als vanouds!
Voor het avondprogramma begaven we ons naar de stad. In café Samson was er speciaal voor ons een heuse pubquiz georganiseerd. Verdeeld over 17 groepjes kregen we vooral vragen over Nijmegen en het studentenleven vroeger en nu. Vermakelijk en leerzaam! ‘Hoeveel procent van de studenten op de Radboud Universiteit kwam afgelopen jaar uit het buitenland?’ Het goede antwoord: 37%. Ons team eindigde op een verdienstelijke zesde plek.
Tja en toen was het tijd om naar onze drie-bij-vier-kamertjes terug te keren voor een goede nachtrust. Maar… onderweg gonsde het gerucht dat er op gang 116 nog een feest zou zijn! Dus hup, met z’n allen daarheen! Nee, ook op dat vlak was er in veertig jaar niets veranderd. Toen gonsde er elk weekend wel zo’n gerucht.
We troffen een gezellige drukte aan, van huidige studenten tot wij oudjes van in de zestig. Enkele jonkies dansten op tafel, een herkenbaar tafereel uit vervlogen tijden. Biertjes konden we zelf pakken, de muziek wisselde van hedendaagse meezingers (nooit van gehoord!) tot oude meuk als Dire Straits (o wat leuk!). Rond half drie hadden wij, bejaarden, de pijp leeg. Vroeger haalden we met gemak 7 uur in de ochtend, maar das war einmal. Het jong spul ging nog even door.
Het werd een kort nachtje. Want om 8 uur werden we luidruchtig gewekt door studenten van de organisatie die met gettoblasters (keboem keboem!) alle gangen afgingen om iedereen goedemorgen te wensen. Om 9 uur begon immers het Verplicht Werkcollege, aldus het programma. Dus hup aankleden en naar het pleintje. Dat ‘werkcollege’ bestond uit een fikse wandeling over de hele campus. De excursieleiders vertelden boeiende verhalen over alle gebouwen waar we langs kwamen – historie, huidige functie en toekomst. Zo leerden we dat de studentenkamers in die gestapelde containers aan het Toernooiveld de wonderlijke afmeting hebben van 11 bij 2 meter.
Terug op Hoogeveldt sloten we af met een Brakke Brunch: broodje gebakken ei, met spek of geraspte kaas. Waarna we onze kamertjes gingen leegruimen en nog eenmaal in weemoed omkeken. We konden terugzien op een fantastische reünie met onze studententijd, waar de nostalgie en het ‘weet-je-nog-gevoel’ vanaf dropen.
Jeroen van Zuylen