Menu

X Omdat je bent ingelogd zie je op deze pagina de berichten uit al je groepen. Alleen jij ziet deze informatie.

Buurtverhalen

Hieronder staan alle verhalen of blogs die je buurtgenoten op de site plaatsten. Ze zijn blij met jouw reactie!

Pagina's (1): 1
Titel Omschrijving
De 7 heuvelennacht. Mijn zoon liep voor het eerst mee en vond het geweldig dat het gedeeltelijk helemaal in het donker was. Op de kwakkenbergweg stonden genoeg kijkers en mensen die de lopers aanmoedigde en toejuichde. Gezellig, zelfs iemand met een paraplu inclusief verlichting in de plu. Goed herkenbaar voor de lopers! Ik ben onder de lantaarnpaal gaan staan en heb gelukkig mijn zoon soepel voorbij zien rennen. Vervolgens ben ik nog naar de Gelderselaan gelopen waar men de gehele straat had verlicht. Heerlijk deze dagen met overal lampjes en vrolijke mensen.PS: Weet u wie de mevrouw was met paraplu inclusief lamp? Ik zou graag alsnog een foto van haar willen maken met verlichte paraplu en plaatsen op de wijkwebsite.Bel mij 0625032472
Steeds meer HERRIE in oost..schreeuwende buren..
Filmvoorstelling:'Pantserkruiser Potjomkin' van Sergei Eisenstein uit 1925 metlive orgelimprovisaties door Joost Langeveld.Locatie:StevenskerkDatum:dinsdag5 september 2017Organisatie:NijmeegseOrgelkringUitverkocht en subliem filmconcertIn de stomme film 'Pantserkruiser Potjomkin' uit 1925 vertelt regisseur Sergei Eisenstein het verhaal van de opstand van 1905 op dit oorlogsschip en in de havenstad Odessa. Een opstand, die een voorbode zou blijken voor de Russische Revolutie van 1917, nu 100 jaargeleden.De film wordt algemeen gezien als één van de beste films uit de filmgeschiedenis.De landelijk gerenommeerde organist Joost Langeveld uit Nijmegen Oost deed daar dinsdagavond in de Stevenskerk nog een schepje bovenop. Hij speelde improvisaties op het befaamde König-orgel, ingegeven door de beelden, die de film niet alleen krachtig ondersteunden, maar zelfs op een nog hoger niveau tilden. De Nijmeegse Orgelkring organiseerde dit spektakel. De film werd geprojecteerd door een moderne beamer. Het projectiedoek werd op zijn beurt weer gefilmd door een camera naast het orgel. Langeveld zag de filmbeelden achter de klavieren op zijn eigen beeldscherm. Aanboord van het oorlogsschip hebben de matrozen genoeg van het slechte eten. Langeveld verluchtigt de beelden met speelse improvisaties. Dan pakt hij de spanning op en werkt naar een eerste climax: opstand en muiterij. De bemanning van de Potemkin, zoals het schip en de film ook wel genoemd worden, sluiten zich aan bij de revolutie die in Rusland al hier en daar aan de gang is. De officieren worden overboord gegooid, maar ook de charismatische leider van de opstand komt om in de strijd. De Marseillaise lijkt het improvisatiethema bij deze scènes.De Potjomkin vaart de haven van Odessa binnen en de bevolking sluit zich aan bij het verzet. De omgekomen rebellenleider wordt massaal door debevolking geëerd. Langeveld werkt via het 'Klaaglied op de Dood van Willem van Oranje' zorgvuldig naar het absolute hoogtepunt van de film toe: de trappenscène. Tsaristische soldaten in hun witte zomeruniformen verschijnen en schieten zonder pardon iedereen neer.Terwijl bejaarden, invaliden, mannen, vrouwen en kinderen dodelijk getroffen met veel pathos ter aarde storten, dondert het König-orgeldoor de Stevenskerk. Joost Langeveld trekt alle registers open.Deze wereldberoemde en iconische scène, die in latere films veel gekopieerd is, is al indrukwekkend door zijn ongekende filmische kwaliteit, maar overgoten door de orgelimprovisaties van Joost Langeveld voelt het alsof de filmbezoeker zelf het vege lijf moet redden.Delaatste scène is eigenlijk een anticlimax. De Potjomkin stoomt optegen de tsaristische vloot. Een confrontatie lijkt onvermijdelijk. Maar op het laatste moment besluiten de matrozen van de Tsaar zich bij hun kameraden aan te sluiten.Klanken van het Solidariteitslied 'Voorwaarts en Niet Vergeten' van Brecht &Eisler ronden het verhaal af.RegisseurEisenstein hoopte dat er elke 20 jaar nieuwe muziek geschreven zou worden en de film heeft in de loop der jaren veel musici geïnspireerd. Zo schreef Edmund Meisel al in 1926 muziek voor de Duitse versie. In 1950 componeerde de Rus Nikolai Krjukow muziek en in 1985 schreef de Amerikaan Chis Jarrett pianobegeleiding. Neil Tennant en Chris Lowe van de Pet Shop Boys waagden zich er in 2004 aan, in samenwerking met het Dresden Symphonic Orchestra. Er werd zelfs een avant-garde jazz soundtrack gecomponeerd door het Club FootOrchestra. Joost Langeveld koos voor vrije improvisaties op basis van zorgvuldig gekozen bestaande leid-motieven. Hij weet feilloos de emoties uit defilm in muziek te vertalen. Spanning, angst, verdriet, paniek, hulpeloosheid, hoop en overwinning volgen elkaar soepel op. Zijn orgelspel ondersteunt de film waar nodig, maar voegt er op de hoogtepunten nog veel aan toe. De ambiance werkt hier natuurlijk flink aan mee. De galm van de Stevenskerk doet de bezoeker beven. De staande ovatie na deze uitverkochte voorstelling was meer dan terecht.René Pennock
Kritiek op je eigen werk in een pril begin? Niet doen!De cursussen van Atelier Rohde* zijn weer begonnen en zo ook de basiscursus. Ik geef deze cursus tijdens de open atelier lesuren. Dit blijkt een fijne uitwisseling te zijn; de nieuwe cursisten kunnen afkijken bij de open atelier-ers en zij, op hun beurt, horen de opdrachten en tips die ik geef voor de basiscursus en doen daar hun voordeel mee.Afgelopen week legde ik in de basiscursus iets uit dat ook voor de open atelier deelnemers een ‘aha’ moment opleverde en ik wil dit graag met jullie delen:Jij als kunstenaar, cursist, creatieveling hebt geen invloed op de kritiek die je krijgt van anderen als je werk eenmaal af is….Maar! We kunnen wel invloed uit oefenen op onze eigen innerlijke criticus!Wat ik merk als mensen beginnen te tekenen of schilderen is dat ze al een duidelijk idee hebben over wat ze willen maken en hoe dit er uit moet komen te zien. Wat mij opvalt is dat mensen zichzelf nogal vast zetten aangaande het eindresultaat. Elke fase van het schilderij wordt beoordeeld op dit eindresultaat en het is moeilijk om de kwaliteit van het schilderij in de fase van dat moment te zien.Ik heb mezelf twee dingen aangeleerd om mijn werk op waarde te schatten in de fase waarin het zich op dat moment in bevind.Ten eerste: uit geen enkele kritiek in de allereerste fase. Bedenk dat dit het begin is, een foetus lijkt in de eerste weken ook meer op een kikkervisje dan op een mens.Ten tweede: analyseer je wat je niet bevalt.Als je het bijltje er bij neer wil gooien, als je vind “dat het echt nergens op lijkt” kijk dan heel goed naar je werk. Je werk heeft geen baat bij neersabelende kritiek. Vraag je innerlijke criticus om genuanceerde, opbouwende kritiek en anders vraag je hem simpel weg om het atelier te verlaten. (of je schopt hem er uit, ook prima!)Kijk nog eens goed: Welk stuk bevalt je niet? Wat klopt er niet? Zoek uit waar het in zit en probeer dat stukje te veranderen. En kijk dan opnieuw. Geef je werk de ruimte om te ontstaan, don’t push the river.Julia Cameron zei ooit: “kunst vereist een veilige broedplaats” ** en daar ben ik het mee eens. Wees mild voor jezelf in de eerste fase, verheug jezelf op alles wat nog gaat komen in plaats van je te focussen op alles wat je al verkeerd zou hebben gedaan.*www.AtelierRohde.nl**The Artist Way, Julia Cameron, Indigo 2004
Als de hongerwinter weer uitbreekt, blijft er van de moestuin bij STIP-Oost weinig meer over.Auto van H.H. in de Dommer van Poldersveldtweg begon plotseling te spreken: "Waarom hebben jullie recht op een dagelijkse wasbeurt en ik slechts op een jaarlijkse (het autoliberation front).Als je STIP omdraait, onstaat er PITS. Bestaat er ook een STIPpoes?Goed dat de fibronilaffaire (eiergate) niet rond Pasen is.Nederland-Gibraltar 0-1
Regelmatig hoor ik SCHREEUWENDE mensen ...in de WIJK...of HARDPRATENDE s,avonds op straat.??.
Herinneringen aan het Broederbosje c.a.In mijn jonge jaren was voor bijna de ganse jeugd in de buurt het Broederbosje aan de Postweg de 'place to be'. Maar het kon er ook heerlijk rustig zijn en dan was je alleen in het bos.Het bosje was gelegen bovenaan de Cypresstraat aan de zuidzijde van de Postweg. Zie afbeelding. Het groene vlak boven PK (protestante kerk) was het Broederbos en het had een L-vorm. Het kaartje is van 1966. Daarvoor was het Broederbos nog groter. Het maakte deel uit van het landgoed De Westerhelling.(Het blauwe vierkantje is mijn ouderlijke woning. Het groene blokje is de boerderij van boer Faber waar ik vaak geholpen heb. Ook zijn zusters woonden er. Op die plek staat nu Ark van Oost.)In het Broederbos staan nu appartementen, gebouwd in 1972 en bestemd voor, ik dacht, ouderen. De appartementen hebben de huisnummers 84 tot 110.Rechts daarvan - als je op de Postweg staat - is , omstreeks 1968, de kleuterschool Klimop gebouwd, eveneens aan de Postweg. Omdat het wat hoger lag moest je een trap op.Voorheen was dit de moestuin van koster Hagelüken die met zijn gezin in het koetshuis woonde op nummer 80.Omstreeks 2007 is dit stuk grond volgebouwd met woningen en is de Opstandingkerk gesloopt. Helaas.Middenin het bos lag een grote berg klei, geel zand en blauwgrijse klei (zie blauw ovaal). Waar dat vandaan kwam is voor mij een groot raadsel. Maar voor ons kinderen was het feest. Je kon er lekker in graven en holen maken. Soms stortte zo'n hol weleens in, maar dat mocht de pret niet drukken.Er waren vele bomen waar je goed in kon klimmen. Ook mijn broer heeft weleens heel hoog in een denneboom gezeten. Mijn moeder die hem zocht, kon hem niet vinden. Ik had ook mijn favoriete plekjes. Je had van die leuke paadjes dwars en kriskras door de struiken.'s Winters was het doorgaans ook leuk en konden we mooi met onze slee van de kleiberg glijden. Ook hadden we glijbanen gemaakt en je kon best wel ver komen.Aan de voorzijde van het bos - nu ingang van het appartementencomplex - was een open plek die vaak gebruikt werd voor voetballen, de bomen dienden als goalpalen. Ik heb achter de kleiberg een keer in een boom een mooie hut getimmerd. Toen hij bijna klaar was, kwam ineens 'politie Peters' (hij woonde in de Corduwenerstraat) aan lopen. Moest ik mijn mooie hut afbreken. Deze boom maakte deel uit van de Lindenlaan die vanaf de Broerdijk (zie blauwe >) tot de Westerhelling liep. De ingang was links naast de pastorie van de Opstandingkerk en kon afgesloten worden met zo'n grote witte draaiboom. Maar die stond meestal open. Achter de kerk en met de rug naar het Broederbos toe was een rijtje garages gebouwd. De garages stonden dwars op de Lindenlaan.Het stukje Broerdijk tussen de Kwakkenbergweg en de Postweg heette tot 1929 Villandryweg, toen Boschweg/Bosweg en na 1964 Broerdijk.Ik heb een mooie tijd gehad in en om het Broederbos. Had het voor geen goud willen missen.Wat is uw ervaring met het Broederbos?Alex van de Zand
“Een leuk en warm afscheid was het. Van een heel bijzondere club mensen." Ter illustratie ligt op tafel een fraai houten doosje. Want daarin ligt ie, de Zilveren Waalbrugspeld. Door burgemeester Bruls opgespeld bij Carel Veldhoven bij zijn afscheid op 8 april als voorzitter van de VPTZ, de Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg.De speld gaat weer terug in het doosje, bij de andere onderscheidingen, ook allemaal voor zijn bewezen diensten in de palliatieve zorg. De meeste lezers zullen deze mede-wijkbewoner toch vooral kennen als een van de huisartsen die in Berg en Dal gevestigd is.Een aanloopje naar boven Al was de feitelijke weg maar vijf kilometer lang, hij deed er de nodige jaren over om ‘daar boven op de berg’ terecht te komen. Geboren en getogen in het centrum van Nijmegen en geschoold in Oost aan het Canisiuscollege, vertrok hij als 18-jarige naar Wageningen om voedingsleer te studeren. Geïnspireerd door de materie knoopte hij er een geneeskundestudie aan vast. Ondertussen liep hij zich als student in zijn vrije uren vast warm door in de praktijk in Berg en Dal mee te lopen. ‘Dit is mijn vak’, wist hij meteen. Aldus volgde de echte huisartsenopleiding. Het directe contact met mensen van allerlei pluimage en van alle leeftijden sprak hem aan. Maar ook het appel dat werd gedaan op het in praktijk brengen van kennis op vrijwel alle medische vakgebieden. Na ook nog eens een aantal periodes in Berg en Dal te hebben waargenomen vestigde hij zich daar vanaf 1998 definitief.Het laatste stukje Vooral oudere mensen wonen er, van meet af aan kreeg Carel daarom te maken met mensen ‘die in de laatste stukje van hun leven waren’. Het raakte hem, hij wilde meer weten over hoe voor zijn patiënten te zorgen op het moment dat genezen niet meer mogelijk bleek, maar er nog wel tijd van leven was, en hoe hij vanuit zijn vak kon bijdragen aan de kwaliteit van leven voor de tijd dierestte. In 2001 en 2002 volgde hij daarom de kaderopleiding palliatieve zorg. Een specialisme dat in die tijd nog heel erg in de kinderschoenen stond, maar anno 2017 een vanzelfsprekendheid lijkt te zijn. De medisch technische kennis op dit gebied zag hij de afgelopen jaren flink vooruit gegaan. Daarnaast is er ook meer oog voor de levensbeschouwelijke en de psychische kant, en de sociale omgeving van mantelzorgers, familie en vrienden.VPTZ De vrijwilligers van de VPTZ sluiten zich in deze materie aan en richten zich op de mensen die de laatste maanden van hun leven zijn ingegaan, graag thuis willen blijven en daar ook willen sterven. ’s Nachts of overdag waken ze zodat diegene die voor de zieke zorgt eens even goed slaapt, boodschappen kan doen of eventjes op adem komt. Vaak melden de vrijwilligers zich aan omdat ze het zelf van dichtbij meemaakten of vanwege een overtuiging. Die motivatie wordt wel onder de loep genomen voordat ze een basiscursus volgen en daadwerkelijk aan het bed plaats nemen. Ze krijgen begeleiding vanuit de VPTZ. Ook achteraf. Het had niet veel gescheeld of deze club had zelf het leven gelaten. In 2004, na een bestuurlijke crisis, was dat moment bijna daar. Ware het niet dat zes vrijwilligers het initiatief nieuw leven inbliezen. Dat was het moment dat de telefoon bij Carel overging. Of hij zich vanwege zijn kennis en ervaring als consulent aan de stichting wilde verbinden? Een half jaar later kreeg hij ook nog het voorzittersstokje in handen geschoven. Na een tijdje keerde de stabiliteit en het vertrouwen in de gelederen weer terug.De jaren verstreken, het plaatselijke en regionale advieswerk van Carel aan vrijwilligers, verpleegkundigen, medici en tal van organisaties breidde zich uit. En hij verbond zich een dag per week als specialist palliatieve zorg aan het Radboudziekenhuis. Om ook landelijk zijn werk in dezen goed te doen viel de beslissing het bestuurswerk voor de VPTZ vaarwel te zeggen. Al blijft hij wel betrokken als adviseur.De grenzen van maakbaarheid Ik kan me zo voorstellen dat door jarenlang daadwerkelijk bij mensen aan het bed te zitten die gaan sterven, het zicht op de dood, of op het leven, misschien wel verandert? “Dat is wel zo. Meer dan ooit besef ik dat de dood een onlosmakelijk deel van het leven is. Wat soms botst met de cultuur dat alles maakbaar is. Deels gaat dat wel op. Maar voor de wezenlijke dingen, als het leven zelf en het uiteindelijke lot al dan niet te kunnen genezen, heb je dat niet in de hand.” Zeker voor mensen die gewend zijn aan een leven waarin die maakbaarheid volop aanwezig is, ziet hij dat het soms moeilijk is de dingen te laten gebeuren zoals ze zijn. Maar hij ziet ook een andere kant. “Want juist te weten dat je niet meer beter wordt, nog maar kort te leven hebt, maakt alle franje onbelangrijk. Als zorgverlener moet je daarom zuiver en dicht bij jezelf kunnen blijven, want mensen die dicht bij het einde van hun leven verkeren, doorzien heel snel wat eigenlijk helemaal niet zo belangrijk is.” Het wezenlijke dat overblijft is voor ieder mens weer anders. “Meestal helpt dat waar iemand altijd al kracht aan ontleende in het leven, ook in deze ultieme fase.” Carel noemt het de spirituele dimensie, zeker niet per se hetzelfde als de religieuze overtuiging in iemands leven. Bijvoorbeeld elementen uit kunst of natuur kunnen voor iemand veelbetekenend zijn. In het verleden gaf Carel wel eens lezingen over de kunst van afscheid nemen. “Een ander kan ik het niet leren, dat moet iemand zelf doen. Maar ik denk dat als je weet dat je niet meer beter wordt dan zal je toch afscheid moeten nemen van wat je dierbaar is. Zeker het afscheid van de mensen die je het liefst zijn is het allermoeilijkste in het leven. Dat ervaar ik persoonlijk ook wel. Als arts kan ik pijn verlichten, en psychische ondersteuning geven, maar dat afscheid is echt iets dat ik aan mijn patiënten moet overlaten. En dat doet iedereen op zijn eigen manier, ook dat past vaak bij de levensgeschiedenis.”Vijf voor twaalf Carel is blij dat in relatief korte tijd veel veranderde in over hoe we omgaan met die laatste levensfase. Toch blijft er nog wel wat te wensen. “Bij palliatieve zorg denken veel mensen nu nog, ‘oh, dan ga je snel dood’, en stappen daarmee al snel over de tijd heen die er wis en waarachtig nog wel is.” Wat is belangrijk in het leven nu en wat kunnen we doen om die kwaliteit van leven zo goed mogelijk te maken? Op tijd beginnen ook met een inschatting van het ziekteproces te maken en kijken wat je kunt doen om bepaalde verschijnselen op te vangen, te voorkomen of te verzachten. Voor de naasten is het vaak een enorm zwaar proces. Ook al zou je het willen, je kunt het als naaste bijna nooit helemaal alleen tot het einde doen. Ook dat is een reden voor vroege inschakeling; een vrijwilliger helemaal op het einde plotseling voor het eerst aan je bed tezien is erg wennen. Ook voor een partner of kind, die in veel gevallen ook moeten leren om los te laten. Nu gebeurt het nog vaak dat bij wijze van spreken het water bij mensen aan de lippen staat voor ze hulp van buiten vragen. Als je eerder hulp inschakelt krijg je eerder praktische ondersteuning bovendien en kun je het langer vol houden. Juist omdat een vrijwilliger niet zo die emotionele betrokkenheid heeft kan hij of zij ook wat rust in die momenten brengen. De slogan van de VPTZ is dan ook niet voor niets: ‘Er zijn’.Welkom “Iedereen krijgt er ooit mee te maken, dat kan bijna niet anders; iedereen gaat een keer dood, en veruit de meeste mensen overlijden na een langdurige ziekte. De kans dus dat je met palliatieve zorg te maken krijgt is daarmee vrijwel 100%.” Aldus Carel. Dat we het maar weten, en ook dat we dan weten waar we kunnen aankloppen. En dus liefst niet op het allerlaatste moment. Wij zijn allemaal welkom, uit Oost, of waar dan ook, ongeacht financiële status en verzekeringsperikelen. In principe kost het niets, een vrijwillige bijdrage mag. Dat is mogelijk door de inzet van vrijwilligers en donateurs. Ook voor hen staat de deur trouwens open. Met een klein beetje subsidie van de overheid, en het bijeenscharrelen van donaties en sponsorgelden redden ze het zo ver mogelijk.Vlinder We gaan weer even terug naar het afscheid van de club, zoals Carel de VPTZ zelf noemt. Het doosje heeft inmiddels plaats gemaakt voor een vlinder van mozaïek en een gedicht dat hij bij zijn afscheid aan de vrijwilligers gaf. Poëzie of een passende tekst was altijd al vaste prik ter afsluiting van een VPTZ-bijeenkomst voor hem. Om kracht bij te zetten aan wat je niet kunt verwoorden. Zo ook dus bij zijn afscheidsmiddag. Het was een tekst die hij vorig jaar ergens zag, het eerste gedeelte is van een geboortekaartje, de tweede toevoeging zag hij op een rouwkaart. Hij wist meteen dat hij die wilde gebruiken voor zijn afscheid bij de VPTZ.De vlinder is ontpopt, vlieg maar op je kleurige vleugels de zon hoopvol tegemoet.De vlucht is nu voltooid, en kleurrijk dat zij was.Vereniging VPTZ-Zuid Gelderland www.vptzzuidgelderland.nl/vptz-nijmegen, 024 378 90 90 Bankrekening NL04 RABO 0167 8033 87Ook geïnterviewd worden voor deze rubriek? Anna Bakker schrijft bewonersportretten voor deze Wijkkrant én, in opdracht, levensverhalen. annabakker@levensverhalen.nu telefoon 06 22363599
Julius de wijkreigerPas zat ik in de tuin van het voorjaar en de opkomende zon te genieten toen ik plotseling op een verder weggelegen dak het silouet van een reiger zag. Je zag de kop aandachtig de omgeving afspeuren op zoek naar eten. Toen dacht ik aan de vijver van de Vlindertuin. Zou hij die ook kennen. Onlangs stond in de Gelderlander de oproep van een man die naar ik meen kikkers vroeg voor zijn kleinzoon, omdat een reiger de vijver had leeg gepeuzeld. Voor de mensen die in reïncarnatie geloven, zou de wijkreiger (ik noem hem gemakshalve Julius) soms in een vorig leven een Romein zijn geweest, die van boven controleert of alles naar wens in de wijk verloopt. “Hé er is een moestuin bij Stip-Oost bijgekomen!!!!! Hé de panden aan de van ’t Santstraat staan nog steeds leeg en Ron Wolf zit nu ergens anders!!!!! Hé daar loopt de Broerdijk. Daar heb ik vroeger nog opdracht gegeven voor de bouw van een aquaduct i.v.m. de watervoorziening voor het Romeinse leger!!!!! Zo nu even een visje scoren bij de viskraam van Tonny van Hoorn.” De volgende dag zag ik de reiger weer. Ditmaal lachend overvliegend. “Nu pas snap ik de grap dat ze de Trekvogels in de volksmond de rukmussen noemen. Van voetbalclub DVOL* zeggen ze gekscherend dat de afkorting Drollen Vliegen Over Lent betekent. Hahahaha.” Zo komend weekend gratis naar de Trekvogels en NEC kijken, hoewel die volgend seizoen een divisie lager spelen.”*Officiële betekenis van de in 1931 opgerichte voetbalclub: Door Vrienden Opgericht Lent.
Het moet de nacht van Vrijdag 18 Mei op Zaterdag 19 Mei zijn geweest dat ik uit het slaapkamerraam op de 1e verdieping keek en dacht wat heb ik nou aan mijn fiets hangen. Ik zie een benedenverdieping van een tussenwoning aan de Broerdijk gelegen tussen de Meidoornstraat en de Sleedoornstraat in brand staan. Wat moet ik doen? Is het echt of een slechte droom? Het 'finest moment' diende zich na zoveel jaren aan. Ik zou 112 bellen. 'Wie moet u hebben: Politie of brandweer?' kreeg ik te horen. BRANDWEER!!!!! Binnen 5 minuten werd ik teruggebeld door de politie, hoorde ik sirene's en ging de bel, waarbij de brandweer in vol ornaat voor de deur stond. 'Waar hebt u brand gezien?' kreeg ik te horen. 'Nou kom maar mee naar de slaapkamer dan kunt u het zelf zien.' De brandweer constateerde hetzelfde als ik en stoof weer weg. Achteraf dacht ik: 'Misschien is het wel een voor de woningen gelegen schuur.' De dag erna stond de buurman zijn auto te wassen en wilde ik mijn ei kwijt. Hij wist ondertussen meer en vertelde dat bewoners 's nachts na een verbouwing bouwmateriaal op een binnenterrein aan het opstoken waren. De politie stond erbij zonder een bekeuring uit te schrijven. Dat dat zo maar mag in een dichtbebouwde wijk. Achteraf denk ik: 'Had ik maar niet gebeld.' Maar ja je voldoet aan je burgerlijke plicht plus wat volgens mij meespeelt, is dat ik met brand ben opgevoed. Mijn vader was lid van de vrijwillige brandweer in Tilburg en zat bij de bedrijfsbrandweer van de NS. Wij hadden thuis op de overloop een brandbel hangen en werden continu op brandgevaar geattendeerd. 'Denk aan de 3 O's' zei mijn vader altijd.'Wat betekent dat dan?' vroeg ik dan. 'Onoplettendheid, Onachtzaamheid, Onvoorzichtigheid' kreeg ik dan te horen. Bij elk bezoek aan een onbekende ruimte werd eerst de nooduitgang gezocht. Bij onweer werd de stekker uit de TV getrokken. Ik houd er nou maar mee op, want er zijn nog tig voorbeelden.
Onlangs zat ik in de nieuwe wijkkrant van mei 2017 een artikel te lezen over de opknapbeurt van de omgeving in de Mesdagstraat. Daarin viel de term 'boomspiegel'. Bij het wandelen naar de Wanco aan de Daalseweg kwam dit woord terug als tekst bij een boom. Toen kende ik die term nog niet en snapte niet waar het over ging. Ik zie geen spiegel aan de boom. Dit overkwam me een tijdje geleden ook bij een elektronicazaak in Arnhem. Daar werden krimpkousen aangeboden. Achteraf een heel normaal woord in die wereld. Vroeger had ik dat bijvoorbeeld met het woord: lippenbalsem. Word ik nou in de maling genomen? Mijn vader werkte lang geleden als dieselmonteur bij de N.S. Als een jongeman daar pas werkte, werd hij er door de gevestigde orde op uitgestuurd om een doosje bougievonken te halen. Hij kwam na uren terug met de mededeling: "Die hebben ze nergens." Succes gegarandeerd. Vreemde termen is van alle tijden!
HET WONDER VAN DE ELZENSTRAATHet moet rond Pasen 2017 zijn geweest. Bij het openen van de voordeur des namiddags lag er een ei. De kip was overijverig geweest en had het ei gekleurd en ingepakt gehuld in plastic. Voor andere mensen verschijnt Maria in een lichtflits. Dit moet een teken van God zijn geweest. Vanaf nu kunnen Lourdes in Frankrijk, Knock in Ierland, Fatima in Portugal en Kevelaer in Duitsland wel sluiten. Nijmegen-Oost en met name de Elzenstraat wordt het nieuwe bedevaartsoord. Huizen in de omgeving worden geconfisqueerd; burgemeester Bruls kan in zijn handen wrijven, want er komt een nieuwe toeristische attractie bij. In de Elzenstraat zullen voortaan kaarsen, ansichtkaarten en eieren verkocht worden; hotels, restaurants en kerken zullen verschijnen. De paus wordt ingeschakeld en Nijmegen staat weer op de kaart. Aldus opgetekend Anno Domini 2017. Niet onbelangrijk te vermelden is dat de bewoner van het pand aan de Elzenstraat eerst heilig en later zalig zal worden verklaard. In de katholieke wereld wordt men eerst zalig verklaard en dan pas heilig. Het is dus net andersom. ZALIG PASEN EN BEDANKT VOOR BLOEMEN zou de paus zeggen.
Het gebeurde in een impuls dat Debora Heijne zich opgaf voor de rubriek 'Bewonersportretten'. “Ik krijg wel vaker een idee. Meestal denk ik er niet te lang over na. Dan voer ik het uit, en zie wel wat er gebeurt." “Dat impulsieve gedrag brengt niet alleen maar goeds”, nuanceert ze meteen; had even wat langer nagedacht, spookt ook wel eens door haar hoofd. Maar toch. Ondertussen heeft haar leven op deze manier wel een aantal wendingen genomen. Dat aanpakken, meebewegen en initiatief nemen tekenen de onderwijsontwikkelaar, danser en ondernemer.Als een van de redenen om zich op te geven vertelt ze: “Als ik ergens enthousiast over ben, dan wil ik dat graag met andere mensen delen, zo zit ik in elkaar.” Bovendien is ze geboren en getogen in Nijmegen-Oost.De wereld ligt voor je openHaar ouders kwamen in de 60’er jaren voor hun studie naar Nijmegen. De traditionele gelovige achtergrond die ze meenamen, lieten ze vrij snel los. Met onze eigen kroost gaan we het anders doen, besloten ze, en kwamen in een scene van vernieuwers terecht. De anti-autoritaire crèche waar Debora met haar oudere zus naar toe ging, was daar een belangrijk onderdeel van. “Eén groot feest!”, vertelt Debora. “Ik weet wel dat er ook heel rare verhalen daarover de ronde doen, maar er bestaan verschillende stromingen. Bij de crèche in het kerkje op de Daalseweg ging het vooral om het volgen en stimuleren van de kinderen in hun ontwikkelingen en niet teveel een autoritaire wil opleggen.”Dat is niet zonder gevolgen gebleven, blijkt nu. In dat prille begin werd de kiem gelegd voor de kracht die haar nu stuurt: “Je moet doen wat je zelf wil, en je niet te veel laten afleiden door wat andere mensen of de maatschappij van je verwachten.” De wereld ligt voor je open, leerde ze juist. Als een vanzelfsprekendheid is het er spelenderwijs in geslepen: meerdere kanten van jezelf ontdekken, dat ontwikkelen en later met elkaar in verband te brengen.De eerste vijf jaar van haar leven groeide ze op in een studentenflat in Nijmegen-Oost, daarna volgde de verhuizing naar de Jozef Israëlsstraat. Net buiten de zone van de speelstraten, maar wel volop spelen met de buurtkinderen op het plein of schaatsen op de stoep, zoals in die heel koude winter.In haar vroege jeugd leerde ze van haar ouders dat ‘het goed hebben’ geen vanzelfsprekendheid was. Het gezin werkte, net na de Anjerrevolutie, een zomer lang mee op de tabaksvelden van de Che Guevara Coöperatie in Portugal. Debora kreeg er Portugese les zodat ze met de andere kinderen kon praten. Toen ze, eenmaal terug in Nederland, het bericht hoorden dat de grootgrondbezitters de coöperatie hadden ontruimd, gingen ze in de kerstvakantie terug en bezochten de gezinnen die in barakken een tijdelijk onderkomen hadden gevonden. Het liet een diepe indruk op haar achter.Als jongere vond ze Nijmegen bepaald niet bijzonder; het Westen, daar gebeurde het pas. Tijd voor de grote wereld dus, om te beginnen met een half jaartje Londen, om daarna in Amsterdam de modeacademie te bezoeken. Boeiend en gaaf die mode, maar na drie maanden was ze er al uit: dit is het niet. De winst lag hem er dan vooral in, dat ze als model met het make-up-vak in aanraking komt. Voor ze zich stortte op een professionele opleiding in het grimeursvak, woonde ze nog een half jaar in Granada, doordat een vriendin haar meevroeg. “Waarom niet? Londen was per slot van rekening ook goed bevallen, daar was ik ook niet dommer van geworden?” Waarna als freelance make-up-artist de eerste stap naar het ondernemerschap wordt gezet. Tv- en foto-opdrachten volgden. Een kunstvorm, zo zag ze het grimewerk; als een afspiegeling van de tijd en de trend van het moment. En niet dat hele banale - zit de mascara goed? - zoals anderen dat soms zagen en daarom vroegen: “En wat doe je er dan nog verder bij?”Na verloop van tijd ging ze er les bij geven en ontwikkelde haar eigen lesmateriaal.Ondertussen had ze, in haar oude stadje Nijmegen nota bene, haar grote liefde John leren kennen, en ze besloot daar terug te keren om te gaan samenwonen.GroeiprocessenDat lesgeven intrigeerde, en ze startte op de pabo om zich daarin verder te bekwamen. “Maar het was al snel duidelijk dat ik geen juf wilde worden, en lesgeven binnen de beperking van een schoolgebouw was ook niet echt mijn ding. Maar wat ik wel heel interessant vond, was om mee te kijken met een leerling. Niet zozeer vanuit de positie ‘ik ben de juf en ik zal je wel vertellen hoe het moet’, maar ‘wie ben je, wat wil je en hoe kan ik jou helpen om daarachter te komen?’In de periode dat Debora op het Montessori College werkte - eerst als stagiair, later als mentor - legde ze huisbezoeken af en kwam zodoende in contact met buitenlandse vrouwen, die wel van alles wilden en konden, maar niet wisten hoe ze dat voor elkaar moesten krijgen. Taal bleek niet de enige barrière te zijn.Samen met collega Helen Arentz startte Debora de praktijkschool Wereldvrouwen, inmiddels al tien jaar befaamd door het project ‘Wereldkoks’. Niet alleen door te koken maar door met taalvaardigheden, het proces en sámen bezig te zijn, konden veel vrouwen hun persoonlijke vaardigheden ontwikkelen.Zelf groeide Debora ook, door dit specifieke onderwijsconcept - onderwijs en ondernemerschap - verder te ontwikkelen en te delen met anderen.Uit het hoofdSinds een paar jaar heeft het gedachtegoed van persoonlijke ontwikkeling zich verlegd naar dansimprovisatielessen en theaterworkshops. Helemaal in lijn met het idee ‘doen wat je zelf wil en niet laten leiden door beperkende gedachten’. De docent die vertelt hoe je je al dan niet moet bewegen is geschrapt. Je lichaam als instrument om creativiteit te ontwikkelen, je prettig te voelen en jezelf te verkennen. Geen opgelegde passen dus, maar een beweging die van binnenuit ontstaat, zoals een dagelijks gebaar bijvoorbeeld dat langzaam uitmondt in een dans.Voor lagere scholen en middelbare scholen ontwikkelde ze daarom ‘dansleerlijnen’. Maar ook Productiehuis De Nieuwe Oost in Arnhem heeft haar gestrikt om experimentele dansworkshops te geven aan technisch geschoolde dansers, in een samenwerking met niet-professionele dansers bijvoorbeeld.“Dans is belangrijk, iedereen kan het. Het is dé gelegenheid bij uitstek om even uit het hoofd te gaan zodat je weer nieuwe dingen kan opnemen. Zelf doen we het ook bij Wereldkoks. Nou ja, af en toe. Het is nu ook weer niet zo dat we de hele tijd allemaal samen staan te dansen.”MeltingpotZe werkt er de helft van de week nog. Daar in het brandpunt, in de warme meltingpot van culturen, waarin mensen bij elkaar komen. Saamhorigheid en elkaar niet uitsluiten zijn de ingrediënten waarmee ze tot een succesvol bedrijf zijn gekomen. Uitspraken van politici waarmee ze polarisatie voeden - bijvoorbeeld Kerst als bedreigde Nederlandse traditie - herkent ze niet en maken de samenleving er niet prettiger op. Ze ervaart de dreiging die op de loer ligt, zoals ze dat vroeger zag.Ze was negen jaar toen, ten tijde van de Piersonrellen. Die haag met ME-troepen in de Smetiusstaat staat nog op haar netvlies gegrift; klaar om in te grijpen. En zij stond daar aan de kant, met haar fietsje, op weg naar school. Van haar ouders kreeg ze de details te horen, die luisterden naar Radio Rataplan en steunden de krakers met dekens en meer.Het beeld staat voor haar nu nog symbool voor het fenomeen hoe bevolkingsgroepen plotseling tegenover elkaar kunnen staan.Na een uurtje praten begint het wel een beetje te duizelen. Debora vertelt over een project dat ze vanuit de zomerfeesten voor de 4wmbo-t ontwikkelde waarin ze leerlingen, het bedrijfsleven en de stad bij elkaar bracht. O ja, en over de vmbo-leerlingen waarmee ze naar het museum gaat.Huh, nog meer projecten? Als ik op mijn lijstje kijk, zie ik dat we het dan nog geeneens gehad hebben over haar muzikale en zangcarrière en haar onderneming ‘Debora24/7’. En natuurlijk de deelname van haar dansgroep aan het Oosterlichtfestival in Nijmegen-Oost op 18 en 19 maart aanstaande.Waar impulsiviteit al niet allemaal toe kan leiden.www.debora24-7.nlFoto’s: Marc van KempenOok geïnterviewd worden voor deze rubriek? Anna Bakker schrijft bewonersportretten voor deze Wijkkrant én, in opdracht voor kleinere kring, levensverhalen. info: annabakker@levensverhalen.nu 0622363599 www.levensverhalen.nu
In de wijkkrant van Nijmegen-oost verschijnen vaak mooie artikelen. Het is zonde om ze niet te bewaren. Daarom plaatsen we ze hier. Met nóg meer foto's! Zodat ook iedereen die de krant niet krijgt ze kan lezen. Een situatie die ‘niet bestaat’In onze wijk wonen allerlei soorten mensen. Sommige kom je veel tegen op straat, andere zie je weinig, bijvoorbeeld omdat ze door een langdurige ziekte of handicap niet zo gemakkelijk de deur uit kunnen. Natuurlijk zijn deze mensen méér dan hun beperking. Hoe denken ze over de wereld om ons heen? Waar houden ze zich mee bezig? En hoe ervaren zij de buurt waarin ze wonen? Anna-Titia strijdt al jaren tegen de bureaucratie in de zorg. Ze móet wel, want haar gezinssituatie blijkt volgens de regelgeving helemaal niet te bestaan.Niet zo zeurenAnna-TitiaGoutbeek (47) woont met haar man en twee zonen van 18 en 20 sinds 2013 in het Rode Dorp. Ze heeft EDS (EhlersDanlos Syndroom, een aandoening aan het collageen waardoor je erg slap wordt) en daarnaast onder andere Reuma en de ziekte van Crohn. De EDS bleek later erfelijk overdraagbaar te zijn. Anna-Titia: “Als kind had ik al snel een schouder uit de kom en was ik extreem lenig. Door medici werd vaak tegen mij gezegd dat ik niet moest zeuren. Je kunt er lang mee doorgaan, maar zodra je iets forceert gaat het mis. Rond mijn eerste zwangerschap in 1995 had ik al veel last van reuma en sinds 2003 weet ik dat ik EDS heb. EDS is vrij zeldzaam en de diagnose wordt vaak gemist. Bij mij gaat het zaagsgewijs achteruit. Inmiddels ben ik bedlegerig (ik lig in een speciaal systeem omdat gewoon liggen zelfs te zwaar is) en leef ik op medicinale drinkvoeding omdat mijn maag niet goed werkt. De verpleging moet dagelijks mijn darmen spoelen. Ik krijg snel blessures en mag niet overbelast raken. In de familie zeggen we gekscherend dat het handig is dat de EDS bij ons gecombineerd lijkt met hoogbegaafdheid: handig vanwege alle regelgeving waar we mee te maken krijgen.” Al gauw werd duidelijk dat de kinderen van Anna-Titia ook een vorm van de ziekte hebben. Momenteel functioneren ze redelijk goed en zijn ze bezig met hun studies.Iedereen heeft soresAnna-Titia: “We woonden in het Willemskwartier waar ik het erg naar mijn zin had. Je moet er wel wat moeite doen, maar áls je er eenmaal contacten hebt, dan zijn ze ook goed. Ik ging langzaam achteruit en op een gegeven moment moesten we een beter aanpasbaar huis zoeken. De kinderen hadden al in Oost op school gezeten, dus we waren erg blij toen we hier terecht kwamen. Ik heb nu op de begane grond mijn eigen slaap- en badkamer. Dagelijks komt de verpleging en mijn partner en kinderen doen ook heel veel. Te veel. Maar voldoende hulp/oppas op mij krijgen is moeilijk.”Anna-Titia komt nog maar heel weinig buiten in haar rolstoel. Als ze een keer een goede dag heeft, lukt dat incidenteel en geniet ze er enorm van. Mocht je haar op een van die zeldzame keren op straat aantreffen, dan is ze blij. “Maar dat ben ik natuurlijk lang niet altijd. Ik heb eigenlijk altijd pijn en de simpelste dingen kosten me veel energie. Mensen zeggen weleens dat je sterker wordt van een ziekte, maar ik vind het alleen maar verschrikkelijk balen. Dat ik desondanks vaak vrolijk ben is ook niet ‘knap’ van mij. Iedereen heeft zo zijn eigen sores; die kun je niet vergelijken. In welke situatie je ook verkeert, je moet er wat van maken, vind ik. En uiteindelijk ben je daarin ook gewoon jezelf. “Mee kunnen doenAnna-Titia wilde als kind eerst dominee worden, omdat ze praten zo leuk vindt. Later werd het ‘blindenjuf’ en vervolgens orthodontist, speciaal voor kinderen met schisis. “Ik vond dat iedereen moest kunnen meedoen en meepraten. Ongeacht een gebrek. Iedereen heeft recht op een zo comfortabel mogelijk leven.” Uiteindelijk deed ze eerst een studie tandheelkunde, maar dat bleek fysiek al te zwaar. Daarna heeft Anna-Titia psychologie gestudeerd. “Functieleer, de technische kant van de psychologie, interesseerde mij. Ik heb vervolgens een orthopedagogisch onderzoek gedaan. Dat ging over het effect van taalstimulering bij peuters. Ja, ik was mijn tijd vooruit!” Na haar afstuderen, nog voor het taalstimuleringsonderzoek, heeft Anna-Titia korte tijd bij het Cito gewerkt. Toen dat allemaal echt niet meer lukte, ook niet een paar uur per week, is ze vrijwillig gaan helpen waar ze maar kon. Uiteraard alleen op de dagen dat het haar lukte. “Ik was in het Willemskwartier bezig met het uitwerken van een idee voor eenzamen. Ik wilde ze als pilot een aantal iPads geven, zodat ze met elkaar konden praten via Facetime of bijvoorbeeld op afstand meespelen met de buurtbingo. Toen het plan klaar was werd ik helaas te ziek om het te realiseren.”Recht op zorgZe geniet van het inkleuren van ingewikkelde platen en haakte tot voor kort allerlei soorten poppetjes. Maar de meeste energie die ze heeft, gebruikt Anna-Titia noodgedwongen voor het gevecht tegen de bureaucratie van de zorg. Anna-Titia: “Er is veel meer aandacht voor ouderenzorg, want die ‘hebben er immers recht op omdat ze er hun hele leven voor hebben gewerkt’. Ik vind dat zó onrechtvaardig! Iedereen heeft toch recht op zorg? Ik gun de ouderen alles, maar hoe vervelend is het al als je niet eens hebt kúnnen werken? Ook dan kun je hulp nodig hebben en eenzaam zijn. Maar voor die groep is er echt heel weinig geregeld. Zo is het voor die groep, zeker als ze net een gezin hebben, heel erg moeilijk om thuiszorg te krijgen. Mensen die als jongvolwassene ziek werden, hebben vaak amper een netwerk waarop ze kunnen terugvallen. Te vaak wordt gedacht dat ze het wel redden, maar hun gezonde vrienden hebben het druk met werk, studie en gezin. Bovendien zijn ze vaak ook niet zo honkvast.”Het gezin van Anna-Titia leeft van haar Wajong-uitkering, maar ze hebben veel inkomensproblemen. “Mijn man lijdt aan een psychische aandoening. Ons gezin, met zoveel verschillende problemen maar wat verder zo sterk lijkt door het hoge opleidingsniveau en de goede sociale vaardigheden, vormt blijkbaar een uitzonderlijke situatie. Daardoor vallen we steeds opnieuw in de gaten van de wet. De regelgeving weet er geen raad mee. Extra noodzakelijke vergoedingen die we ontvangen worden gezien als inkomsten, waardoor we voor allerlei andere voorzieningen niet in aanmerking komen. Het bestaat in Nederland dat je twaalf jaar niet wordt uitbetaald! Dit creëert voortdurend stress, wat de gezondheid van onze gezinsleden niet ten goede komt.”Geen vertrouwenAnna-Titia werkte in 2012 mee aan een tv-programma waarin ze een jaar lang werd gevolgd. Daarin speelde het bizarre drama van verschillende WMO-aanvragen een grote rol. “Al die systemen zijn gericht op het bestrijden van misbruik. Er is geen vertrouwen. Door al die regels is zorg op maat onmogelijk. Gelukkig zie je hier in Oost een andere houding. Buurtzorg, een organisatie voor ‘zorg aan het lijf’, doet het zonder al die formulieren en regels en dat kan dus blijkbaar ook! Ook het hoofd van Zorg en Inkomen in Nijmegen doet enorm zijn best, binnen de mogelijkheden die er zijn. Maar zorg op maat is voor de grote groep nog steeds niet mogelijk.”Anna-Titia is in deze problematiek gedoken en is dagelijks bezig met het schrijven van mails en het plegen van telefoongesprekken met diverse instanties tot aan de nationale ombudsman toe. “Ik voel me, als een sterkere van de zwakkeren in onze samenleving, verantwoordelijk hiervoor te strijden. Inmiddels weet ik er zo veel van dat ik professionals hierin zou kunnen begeleiden. Haha!”Een praatjeToch zou Anna-Titia liever over andere onderwerpen praten. Zoals ze doet met een asielzoeker uit het azc met wie ze vorig jaar in contact kwam. “Hij zou me komen verzorgen op de stille uren overdag, in ruil voor taallessen. We komen immers nog altijd zorg te kort en ik ben taalpsychologe. De taallessen werden niks. Ik bleek zelfs daar te ziek voor, maar deze man bleef komen. Zo lief! We bleken zo’n klik te hebben dat we alleen maar in het Engels zijn gaan praten over allerlei indringende zaken. Hij zegt:’In onze situatie (zowel die van hem als die van mij) is het eigenlijk heel simpel: je bent sterk en gaat verder of je geeft ‘t gevecht tegen de tegenslagen op en dan wordt ’t je dood. Dat is je keus.’ Daar ben ik het helemaal mee eens al geef ook ik soms even op. Soms lukt ‘t gewoon niet meer om sterk te zijn. Maar dat is dan tijdelijk. Mijn angst voor de dood is naast de liefde van de mensen om mij heen echt mijn redding. Maar ik ben soms wél blij dat ik niet altijd aan de ratrace van het leven hoef mee te doen. Met deze asielzoeker uit Jemen ervaar ik dat het fijn is om elkaar te kunnen helpen en aan te vullen op verschillende terreinen. Hij prikkelt mijn intelligentie. Ik zou het fijn vinden als er meer mensen langskomen, zomaar voor de gezelligheid of om te helpen zorgen. Liefst met een beetje positieve verhalen. Of bijvoorbeeld een kind dat liever niet op school wil overblijven maar gezellig bij mij zijn boterhammen komt opeten. Ik weet dat hier veel leuke mensen wonen, maar ik ken ze amper.”annatitia@gmail.comTekst: Loes WijffelsFoto’s: Fien KraanenHier vind je een linkje naar de documentaire.
ZARZUELABij scrabble zou Zarzuela het goed doen. Reken maar uit. 3x woordwaarde, 2x letterwaarde. Zarzuela bestaat sinds ongeveer 1994 en is gelegen aan de Daalseweg nr 359. Het is een Spaans/Mexicaans restaurant met 45 zitplaatsen. Het ligt naast café de Kroon. Vroeger speelde er een gitarist, die aan de tafeltjes zong. Je hoeft er nooit lang te wachten en het personeel is er uiterst vriendelijk. Ook het eten (waar je tenslotte voor komt) is van een hoge kwaliteit. In de Gelderlander is er een rubriek waarbij restaurants beoordeeld worden op kwaliteit van eten en het randgebeuren. Nou voor mij verdient Zarzuela als totaalbeoordeling een 9. Het kan immers altijd beter. Kijk voor verdere informatie over Zarzuela op http://www.restaurantzarzuela.nl/
THE SHUFFLEAls je het woord Shuffle hoort, denk je meteen aan bluesmuziek in een café aan de Berg-en Dalseweg. Je hebt the Shuffle beneden de spoorlijn door Nijmegen en Loonies ten noorden hiervan. In de laatste tent ben ik nooit geweest en of het nog bestaat, weet ik niet. In de Shuffle heb ik optredens gezien van de Jimi Hendrix uit Beneden-Leeuwen het bluesbeest Julian Sas en Kaz Lux (Summertime and the living is easy) van de legendarische band Brainbox. Vroeger verzorgde de illegale zender radio Rataplan aan de Pontanusstraat een wekelijks programma dat “The blues in my heart, the rhythm in my soul” heette. Verzorgers hiervan hadden the Shuffle als thuisbasis. In het zaaltje achter het café ben ik ook voor niet optredens geweest (reunie wetenschapswinkel). Voor meer informatie over de Shuffle verwijs ik naar hun site: http://www.cafetheshuffle.nl/Shuffle/Welkom.html
De Opstap is een van de grootste cursuscentra in Nijmegen. Onze cursussen zijn laagdrempelig en betaalbaar en ons aanbod is veelzijdig. Wij bieden niet alleen taalcursussen in tien verschillende talen aan, maar ook bewegingscursussen, o.a. Yoga, Pilates, Jazzflow, Tango, Salsa, TaiChi, creatieve cursussen en intuïtieve cursussen zoals chi neng qigong, EFT, Jin Shin. Ook geven wij cursussen op het gebied van kennis en cultuur, denk daarbij aan Kunstgeschiedenis, filosofie en natuurkunde. Verder hebben wij talloze andere cursussen in ons pakket, bijvoorbeeld schrijfcursussen, toneel spelen en theatersport, djembé, positiefdenken, van burnout naar herstel, mindful ouderschap, zelfverdeding voor vrouwen, natuurfotografie en nog veel meer.Kijk voor ons aanbod vanaf januari op onze homesite www.deopstap-nijmegen.nl. Onderaan vindt u de cursussen die in januari starten en nog niet volgeboekt zijn.
Pagina's (1): 1