De zinsnede “als ik erachter kom dat je < iets fouts > hebt gedaan, dan ben je nog lang niet jarig” was mijn vaders favoriete opvoedinstrument. Daarbij keek hij dan schalks richting het eikenhouten latje dat uit de krantenbak stak. Daarom is begin februari de enige tijd van het jaar dat ik rondloop met een rustig gemoed. De dierenriem draait dan in Waterman en ben ik bijna jarig, en even niet ‘nog lang niet’.
Het is fijn om Waterman te zijn, want volgens de topastroloog van de Elle zijn Watermannen bijzondere types. Wij houden van excentriek en bizar. Het leven is voor ons één groot experiment. ‘Vanaf de zijlijn beschouwen zij de vreemdheid van het bestaan. Watermannen liggen ver voor op de massa en kunnen zich daardoor soms niet begrepen voelen.’
Knappe gasten die astrologen, maar ik geloof er niet in. In het echt ben ik verre van een waterman. Ik heb niet eens een zwembroek die het doet. Water en ik zijn slechte vrienden. In het glas of onder de kraan kan ik water goed verdragen. In bevroren toestand ben ik fan. Maar als natte druppels samenspannen tot sloot of zee vind ik water geen pretje meer. Mijn respect voor water begon met het eerste zwembad in onze buurt. Ik moest op zwemles en respect veranderde in angst. Zwembad en ik waren niet voor elkaar gemaakt. In mijn jongensjaren was ik een bonenstaak, lang en broodmager, dus mijn drijfvermogen was nul. Als ik in het water sprong ging ik meteen tot op de bodem. In het kinderbad hield ik lopend op mijn knieën het hoofd boven water, onderwijl zwembewegingen playbackend. In het diepe was ik een soort omgekeerde Jezus. Ik wandelde probleemloos over water, maar dan tegen de onderkant van de waterspiegel. Zes keer was ik op een haar na verzopen en de littekens van de reddende dreghaak sieren nog steeds mijn lijf. En wanneer ik daarmee thuiskwam was ik nog lang niet jarig.
Maar binnenkort ben ik wél jarig. Dat is altijd weer feest, maar ook steeds meer een issue. Want hoe meer jaren je afstreept, hoe minder feestjes je gaat vieren. Dat was natuurlijk altijd al zo, maar wanneer ouders gaan hemelen, ooms en tantes opraken en af en toe zelfs vrienden sneuvelen, dan geurt de onraad.
Maar voorlopig ben ik veilig, want nog een paar nachtjes slapen en dan ben ik nog lang niet jarig.