Even geleden vonden de Onderwijsdagen plaats. Docenten en onderwijskundigen van Radboud Universiteit, Radboudumc, HAN en ROC laten zich dan bijpraten over de nieuwste ontwikkelingen op onderwijsgebied. Een nuttig samenzijn, want hoe moet je je studenten voorbereiden op een wereld die wankelt en razendsnel verandert? Hoe leid je mensen op voor banen die nog niet, of niet meer bestaan?
Zelf vind ik het niet raar dat onze kids worden opgeleid voor banen die straks niet meer bestaan. What’s new? Eind jaren 80 kon de verse drs. Tuk, samen met al zijn studievriendjes linea recta naar de Sociale Dienst. Werkloosheid was alom, maakte niet uit welk vakgebied. Alleen artsen, juristen en andere groepen die hun kartel altijd goed op orde hebben, konden gaan doen waarvoor ze waren opgeleid. De rest belandde als vrijwilliger in de cultuursector, die floreerde als nooit tevoren.
In die tijd was onderwijs gericht op nivellering. Iedereen kreeg dezelfde kansen, ongeacht afkomst of bankrekening. Nu is dat anders. Onderwijs is competitie. Je gaat niet meer naar school om te leren, maar om te excelleren. Op de basisschool begint het al, het onderste moet uit de talentenkan. Elk kind is bijzonder en heel goed in vast wel iets, en om uit te vinden waar de begaafdheid zich verstopt slepen ouders hun kroost in moordend tempo langs sportclubs en muziekverenigingen of de drilsergeant van de bijlesklas. Blijkt je kind af en toe wat oenig, dan is er altijd nog de schaamlap van hoogbegaafdheid, dyslexie of ADHD. Alsof hoger altijd beter is.
Zelf ben ik groot tegenstander van het-onderste-uit-de-kan. Want wie studeren ziet als topsport haalt zich automatisch narigheid op de hals. Het voortdurend op je tenen lopen heeft de helft van de studenten al het mentale problemenbos ingestuurd. Zonde, want als de berg steiler wordt schakel je een tandje lager, dat kan elke fietser je vertellen.
We zijn massaal geïmpregneerd met de bijbelse talentenvertelling (Mattheüs 25:14-30), dat talenten moeten renderen. Kolder. Talenten zijn er om te verspillen. Want waar je goed in bent dat kun je al, dus hoogste tijd om te proberen of je nog iets anders kunt leren. Middelmaat kan heus geen kwaad.
In woelige tijden is toekomst niet te plannen. Groot voordeel is dat iedereen weer kan studeren wat ie leuk vindt. Carrièredrang en ellenbogenwerk kunnen op de waakvlam. Hoge hakken in de kast. Uiteindelijk scoor je dan misschien geen dikke baan, maar waarschijnlijk wel een heel leuke.