Lees jij wel eens het voedsel-etiket van een product dat je wilt kopen? De meeste mensen lezen informatie over prijs, houdbaarheid, toevoegingen, allergenen. Er staat echter nog veel meer op zo’n etiket, bijvoorbeeld het aantal calorieën per portie. Soms is een portie klein, bijvoorbeeld bij koekjes heb je het over één koekje. En weet je dat de naam op de voorkant van jouw gekochte levensmiddel vaak afwijkt van de wettelijke naam? Die staat ook op het voedsel-etiket, meestal bovenaan.
Tekst: Wilmy Smeets, fotografie: Marc van Kempen
Een paar voorbeelden: op de voorkant van het product staat ‘vegetarische schnitzel’, de wettelijke naam is ‘bakproduct met smeltkaas en toegevoegd ijzer’. De wettelijke naam van margarine is ‘product om te smeren met 60% vet’ en het pastaproduct ‘Fusilli ‘ heet wettelijk ‘100% geharde tarwe’. Soms komen de namen zo goed als overeen, bijvoorbeeld ‘100% pindakaas’ heet wettelijk ‘100 % pinda’s’, roomboter heet ‘ongezouten roomboter 82% vet’ en rijst heet gewoon rijst. Kortom, op de voorkant van producten die je koopt, staat de commerciële naam. Die moet direct duidelijk zijn en zo aantrekkelijk mogelijk klinken.
Op het voedsel-etiket moet precies staan wat er in het product zit. Dat klinkt simpel, maar er zit een heel traject achter van kwaliteitscontrole. Zo’n controletraject van een product duurt gemiddeld een maand. Wat komt daar allemaal bij kijken?
Ik praat hierover met Thirza Griens, begin 2021 studeerde ze af aan de HAN, Food en Business met als afstudeerrichting kwaliteitsmanagement voedingsindustrie. Ze werkt sinds mei voor een adviesbureau in de levensmiddelenindustrie op de afdeling Regulatory Affairs. “We werken met mijn team voor een grote retailer in levensmiddelen. Ons werk bestaat uit specificatiebeheer (alle gegevens rondom het product vastleggen en beheren) en etiketcontrole. Onze organisatie doet daarnaast nog veel meer, bijvoorbeeld retailers adviseren bij het opnemen van nieuwe producten in het assortiment, bijvoorbeeld mondkapjes. Waar moet je op letten bij het kiezen van een leverancier, wat is de wetgeving.”
Ze vertelt over haar dagelijks werk: “voordat er een etiket op het product komt, gaan wij na of de productspecificatie klopt met de wetgeving voor voedseletiketten. Dat komt heel precies. Als er iets onduidelijk is of niet klopt, neem ik contact op met de leverancier, die moet dan zaken aanvullen of verbeteren. Als alles in orde is, stuurt de retailer of leverancier een voorbeeldetiket op. Ik ga na of de informatie op het etiket inhoudelijk klopt met de specificatie en of die compleet is, daar zijn wettelijke eisen voor. Zo moet onder andere altijd het nettogewicht, de voedingswaarden en de ingrediëntenlijst er op staan. En ook de houdbaarheid, eventuele allergenen en e-nummers. Pas als alles klopt, mag het etiket worden gebruikt op het product en kan het de winkel in. Soms maakt de leverancier het etiket, soms de retailer, bijvoorbeeld bij een huismerk.”
Misvatting over E-nummers
Wat betreft e-nummers wil Thirza graag de soms negatieve visie daarop doorbreken: “E-nummers zijn hulpstoffen die door de EU zijn goedgekeurd en dus veilig zijn voor consumptie. Je kunt E-nummers dus vertrouwen. Ik snap dat ‘Citrus-extract’ beter klinkt dan ‘E330’. Het verschil is dat E330 een goedgekeurde hulpstof is, terwijl Citrus-extract mogelijk dezelfde werking heeft maar niet als hulpstof is goedgekeurd door Europa. Waarschijnlijk worden hulpstoffen zonder E-nummer in de toekomst dan ook verboden.
Bal
Hoe is het als pas afgestudeerde om vrijwel alleen maar online te werken, vraag ik haar. “Ik heb gemerkt dat je online méér initiatief moet tonen in de communicatie, je moet mensen hun tijd durven te vragen, actief zijn in het contact. Tijdens mijn afstudeerstage werkte ik ook online en liet ik te weinig zien van wat ik deed, bleef te onzichtbaar voor anderen. Ik had een nogal directe leidinggevende en dat was confronterend maar uiteindelijk zeer leerzaam. Dat komt nu van pas in mijn werk waar het contact ook grotendeels digitaal verloopt. Tijdens de studie denk je ‘ik moet alles zélf kunnen, moet zelf met oplossingen komen’, maar dat is een misvatting heb ik geleerd in de praktijk. Het is veel handiger om de bal bij de ander te leggen als het gaat om contact onderhouden tijdens een stage of nu bij klanten. ‘Hoe wil je dat ik je op de hoogte houd’ of ‘hoe wil je overleggen’ is dan een goede aanpak. Je hoeft en kunt het niet allemaal zelf aanvoelen in online contact, vraag het gewoon. Er zijn veel manieren, net wat je collega, klant of leidinggevende wil. Het positieve aan online vind ik dat het op één op één contact beter loopt. Je plant contactmomenten nu gericht in en daardoor is het heel direct en zijn er geen afleidingen.”
Online afstuderen en werk zoeken
Thirza Griens is één van de studenten die in maart 2020 te maken kregen met een plotselinge overgang van fysiek onderwijs naar online lessen volgen en online stage lopen. Meeloopdagen bij bedrijven en workshops op school door mensen uit de praktijk vervielen. En dan tóch je diploma zien te halen. Dat vraagt veel zelfstandigheid en aanpassingsvermogen. Ze vertelt: “ik vond het niet altijd vervelend dat ik niet naar school kon, want thuis opdrachten uitwerken vond ik fijn. Ik heb mezelf aangeleerd om te accepteren dat het niet anders kon in deze situatie, om te roeien met de riemen die je hebt en om mijn verwachtingen aan te passen. De connectie met school en met de stageplek werd anders. Je mist het bruisende van fysiek contact, sociale dingen die studie en stage leuk maken. De terugkomdagen op school tijdens je stage waren digitaal in Teams, dat geeft een andere sfeer en een ander gevoel. Je mist dat praatje op de gang met een medestudent. Nieuwe mensen binnen je studiegroep leer je niet echt kennen.
Tijdens de studie heb ik kansen gemist doordat projecten in de praktijk en bedrijfsbezoeken niet doorgingen. En tijdens mijn stage was het soms lastig aan je opdracht te voldoen want sommige dingen kúnnen niet telefonisch. Zoals een audit doen op de werkvloer, daarvoor moet je ter plekke de werkplek zien, nagaan of de hygiëneregels worden gevolgd. Je hebt dan veel flexibiliteit nodig want hoe behaal je dan tóch je leerdoelen en laat je zien wat je bereikt hebt tijdens je stage?
Ook moest ik op afstand mijn eindpresentatie doen voor de klant en voor school en mijn eindverslag digitaal verdedigen. Als afstudeergroepje van vijf studenten hielden we samen de moed erin. De diploma-uitreiking was karig, er was een rooster gemaakt, mijn medestudenten kwamen helaas op een ander tijdstip. In kleine groepjes zat je in een klaslokaal, de ‘sjeu’ was er niet. Maar ik kón gelukkig nog naar school, studenten van andere opleidingen moesten hun diploma uit de brievenbus halen. En het belangrijkste: ik heb in coronatijd mooi wél mijn diploma kunnen halen en een baan kunnen vinden, mijn doel heb ik dus behaald”, besluit ze trots.
Ik vind het toch maar knap van al die studenten die op deze manier hun diploma hebben gehaald.