‘Kon ik maar naar school’: die verzuchting hoorde je zelden van een leerling vóór coronatijd.
Als ik dit schrijf regent het pijpenstelen. Mening leerling zal nu denken, ‘gelukkig hoef ik niet op de fiets vandaag’. Maar het liefst zouden ze zo snel mogelijk weer naar school komen, hun klasgenoten zien, filmpjes delen, samen lachen, in de pauze een verse ciabatta kopen. De gewone lessen en hun leraren missen ze, de interactie in de klas, de grapjes.
Middelbare school nog steeds in lockdown
Ik ben docent aan een middelbare school. Ik mis de leerlingen ook. Mijn werk is vooral veel administratiever geworden, lessen schrijf je nu helemaal uit voor de klas, een vraag van een leerling of collega gaat nu via de chat, mail, online-omgeving, soms via online bellen. Maar leerlingen stellen veel minder vragen in de les dan op school, zo heb je het gevoel dat je ze toch wat kwijtraakt, ondanks dat ik mijn best doe om het lesprogramma, lesstof en hun maak- en leerwerk zo goed en duidelijk mogelijk te omschrijven, uitleg-video’s en aantekeningen te geven. De online-omgeving maakt veel mogelijk. Examenleerlingen mogen naar school komen, als docent geef je dan een klas in drie lokalen les i.p.v. één. Dat is best ingewikkeld, hoe verdeel je je aandacht goed.
Er zijn niet alleen maar nadelen. Mijn leerlingen zeggen dat het best fijn is om meer zelf te mogen plannen en daardoor meer vrijheid en controle te hebben over hun werk, dat het contact met hun klasgenoten goed lukt en dat ze in de lessen vaak kunnen samenwerken in een online-groepje, dat ze alle spullen bij de hand hebben en niet een deel in een kluisje. En ze werken in hun lekker warme (slaap)kamer, op een fijne stoel. Op school waaide het in het najaar flink door en zaten leerlingen in hun dikke jas in de klas. Dat missen ze niet.
Wat ík niet mis is het orde houden, dat kan soms vermoeiend zijn. Maar ik zou het met veel plezier weer doen, want nu mis ik de dynamiek in de klas, wat je les soms heel gekunsteld doet aanvoelen. Normaal oefenen we bijvoorbeeld het uitspreken van woorden samen, ik leg er dingen bij uit, organiseer een uitspraakwedstrijdje waar veel leerlingen (vooral jongens) graag aan meedoen. Die dynamiek is volledig weg, je praat tegen een scherm. Dat uitspreken doen ze nu met de digitale methode en ik heb geen idee of ze het wel echt doen. Je voelt je soms machteloos daardoor, de techniek moet je rol overnemen maar kan niet enthousiasmeren, even over de schouder meekijken, die kleine aanwijzing geven waardoor een leerling meteen voelt ’o nu doe ik het goed’.
Tijdens deze tweede lockdown gaat lesgeven nog professioneler dan tijdens de eerste. We hebben inmiddels veel extra scholing gehad, deze week nog over online toetsing. Waar in de eerste lockdown leerlingen soms vanuit bed meededen aan de les, moeten ze nu allemaal hun camera aanzetten en willen mentoren hun werkomgeving even zien. We bootsen de live-situatie zoveel mogelijk na met online lessen volgens het lesrooster. Gymmen doen leerlingen met opdrachten voor binnen en buiten, waarbij ze hun scores bijhouden in een beweeg-app. Klassenresultaten worden wekelijks gedeeld: zo maken we er een ‘challenge’ voor de hele school van. Docenten doen daar ook aan mee. Alles om een beetje dat wij-gevoel te behouden. Maar wat niet online lukt zijn de spontane momenten van even een praatje met een leerling of collega - en die missen we allemaal het meest.
Na de eerste lockdown hebben we de rode loper uitgerold voor onze leerlingen, zo blij waren we dat we weer naar school mochten met zijn allen. Die verzuchting van ‘kon ik maar naar school’ geldt echt voor iedereen.