Ze zijn mijn energiebron en motivator. Als ik ze hoor, word ik per direct blij. Wat m'n gemoedstoestand daarvoor ook was. Ze brengen mijn hoofd in de wolken en m'n hart naar een zonnige plek ergens buiten in het groen. Als een hagedis in de zon laaf ik me aan het gekwetter en getweet van vogels. In het voorjaar kan ik niet wachten tot ik ze weer hoor in de vroege ochtend. Op de camping, in het bos: altijd en overal geniet ik het liefst van vogelgeluiden. Hoe spijtig als er ergens rond mijn tuin een boom omgaat voor een schuurtje of terras. Weer een paar vogels minder in de buurt.
IJverig lok ik ze elke winter met een voedersilo, in de hoop dat ze een nestje gaan bouwen in m'n kleine stadstuin. 'Blijf, bij mij is het goed! (Tip: haal dat gekke eikelvormige ding bij de goedkope drogist aan de Daalseweg: het werkt als een speer. Laatst zaten er zelfs twee muisjes op, die aan de nootjes knabbelden.) De paar katten die mijn tuin, bij gebrek aan groen en aarde in de buurt, graag als kattenbak gebruiken, begin ik steeds meer te haten. Weg vogels inclusief gekwetter. Stil is het, net als in die lange, koude winter.
Vriendlief heeft er iets op gevonden. Een klein vogelhuisje in mijn wc. Zodra ik binnenkom begint het gekwetter. Ik waan me direct in het bos. Of op de camping. De zon begint te schijnen en mijn mondhoeken krullen omhoog. Voor-de-gek-houderij of niet: mij kun je niet blijer maken. Bij elke toiletgang krijg ik de lente in mijn hoofd.