5 mei staat voor het definitieve einde van de oorlog in ons collectieve bewustzijn. Maar dat was het niet echt. Op 7 mei was er nog een schietpartij op de Dam in Amsterdam met 30 doden en 100 gewonden. De Waddeneilanden werden pas tussen 20 en 31 mei bevrijd en op Texel werd zelfs nog volop gevochten. En zelfs dan is de oorlog nog niet voorbij: Japan capituleert pas op 15 augustus, terwijl er op dat moment nog 100.000 Nederlanders in Jappenkampen opgesloten zitten.
Frontstad
In onze stad was de situatie weer anders: al op 20 september 1944 waren we bevrijd door de Amerikanen en Britten, maar nog tot 6 maart 1945 kregen we te maken met granaatbeschietingen. Nijmegen was namelijk de enige frontstad in Nederland die bewoond bleef. Andere frontsteden zoals Arnhem, Tiel, Venlo en Roermond werden geëvacueerd. De uiteindelijke tol van de oorlog was hoog voor Nijmegen: er kwamen 65 verzetsmensen om, 433 joden, 800 Nijmegenaren bij het vergissingsbombardement, 100 burgers bij de gevechten van Market Garden, 600 in de granatentijd en 200 Nijmegenaren verspreid door de oorlog. Bij elkaar 2200 doden. Daarnaast raakten 4500 Nijmegenaren gewond, werden er 5500 invalide en 12.000 dakloos. Bij elkaar was 20% van de Nijmegenaren rechtstreeks geraakt door de oorlog, tegen 5% van alle Nederlanders.
Wekenlang feesten
Op zaterdag 5 mei 1945 om 16.30u tekende de Duitse militaire bevelhebber over Nederland, Blaskowitz, de overgave bij generaal Foulkes van het eerste Canadese leger. Daarna luisterden duizenden Nijmegenaren in de verwoeste binnenstad naar burgemeester Hustinx, die niet alleen de vrijheid verkondigt, maar ook wijst op de voedseltekorten in de Randstad. Of de Nijmegenaren daarvoor gul willen doneren. De grote feesten kwamen vooral in de dagen daarna, zoals op 8, 9 en 10 mei, precies 5 jaar na de Duitse inval en ook op 12, 13, 14 en 15 mei waren er grote feesten met optochten. Op 20 mei maakte de burgemeester een einde aan de vele feestelijkheden. Het was trouwens niet alleen feest in de hoofden en harten van mensen. Er was weliswaar opluchting over het einde, maar ook verdriet over de doden, zorg over de vermisten, frustratie over de woningnood. Maar wat overheerste was de hoop dat alles zou beter worden, zowel wonen, welvaart als welzijn. En dat werd het ook, zelfs sneller dan volgens de prognoses. In 1949 lag de levensverwachting in Nederland al weer hoger dan voor de oorlog, in 1939!