Inwoonster van Nijmegen-Oost schrijft prijswinnend boek over vrouwenlevens in Guatemala.
Dat Ria Menting en Jan de Rooij uit de Tooropstraat tien jaar in Mexico en Guatemala zouden blijven, stond nog helemaal niet vast toen ze in 1979 naar Suriname vertrokken. Ze bleven daar een jaar, maakten de coup van Bouterse mee (“Bijzonder, maar niet gevaarlijk”, zegt Ria) en reisden aansluitend naar Brazilië, Bolivia, Peru, Ecuador, Colombia en tenslotte Guatemala. Een kennis - ook uit Nijmegen-Oost – werkte er in een kindertehuis.
Tekst: Wilmy Smeets, fotografie: Bert Hendrix
In die tijd was er geen internet waarmee je het nieuws kon volgen, op reis was je minder goed op de hoogte van wat er zich afspeelde in de wereld. En zo gebeurde het dat ze in Guatemala midden in de burgeroorlog verzeilden. Ze kwamen bij de mensen thuis, beseften wat armoede betekende, wilden snappen wat er gaande was. Huisbezoeken maakten veel indruk, “We waren geraakt door wat we meemaakten”, vertelt Ria. Ze verdiepten zich in de oorzaken en voelden zich meer en meer betrokken bij de gebeurtenissen in het land. Ze ontmoetten mensen van een verzetsorganisatie die hun de geschiedenis van Guatemala vertelden en lieten zien. Guatemala trok hen aan, echter waren ze de Spaanse taal onvoldoende machtig. Dus beiden gingen eerst terug naar Nederland om Spaans te leren.
Verzet
Ria werkte in de psychiatrie, Jan was tekenaar en had samen met anderen een drukkerij in de actiewereld. Beiden waren actief in de kraakbeweging, Ria ook in de vrouwenbeweging. Tijdens hun reis stelden ze zich de vraag wat hun bijdrage in Guatemala kon zijn. Ze raakten geïnteresseerd in de onderwijsmethode van Paolo Freire, gericht op ‘ervarend leren door het kwalificeren van de eigen werkelijkheid en daarmee je eigen situatie beter begrijpen’.
Toen de oorlog grimmiger werd, vluchtten veel inwoners, met name boerenfamilies, boerenleiders en verzetsmensen naar Mexico. Ria en Jan gingen tien jaar na hun reis, de Spaanse taal inmiddels machtig, terug en ze sloten zich aan bij een lokale ngo (niet-gouvernementele organisatie) voor Guatemalteekse vluchtelingen. Ze kwamen terecht in vluchtelingenkampen in Yucatán in het zuiden van Mexico. Ria ondersteunde de oprichting van een organisatie voor de vrouwen. Ze gaf vormingscursussen over vrouwenrechten en organiseerde projecten om de huishoudproductie van de vrouwen te versterken, zoals moestuinen aanleggen, zaaien, pinda’s verbouwen, pindakaas maken. Jan kreeg werk op het kantoor van de vakbond van gevluchte vakbondsleden. Hij zette voor analfabeten in de kampen de cursusthema’s om in beeld, in ‘praatplaatjes, om het begrijpelijk te maken en hen toegang te geven tot de aangeboden informatie'.
Ik vraag Ria hoe ze het vertrouwen van de mensen wonnen. “De ngo was al vertrouwd bij hen, wij werden geïntroduceerd door iemand ervan. Maar we werden wel getest, of we het ideeëngoed van Karl Marx wel omarmden!”, vertelt ze lachend. “Jan en ik verbleven vaak bij mensen thuis in de vluchtelingenkampen, we namen onze hangmatten mee. Zo leerden we elkaar heel goed kennen.”
Eigenwaarde
Tijdens de burgeroorlog bedachten de vluchtelingen zelf hun terugkeerplan naar Guatemala. Deels konden ze naar hun dorp en gronden terug, deels niet. Deze laatste groep zocht zelf land om een dorp te stichten. Ria zorgde er samen met de vrouwen voor dat ze een stem hadden bij de terugkeer. Ze vertelt: “Je komt in een bebost en leeg gebied. Hoe moet dan een nieuw dorp eruitzien? Mijn rol was om met hen na te denken over wat nodig was. Ze kwamen met zaken als ‘waar is water, hoe kunnen we snel koken, hoe willen we wonen, wie wordt eigenaar van de grond, welke rechten zijn er voor de vrouwen’. Ze kwamen met vragen als ‘hoe zorgen we voor de ouderen en de kinderen’. Ik hielp hen om hun ideeën en rechten te doen gelden, dat was hard nodig in het patriarchale land. Ik maakte het werk van de vrouwen zichtbaar voor henzelf en anderen door hen te laten nadenken over hun rol en hun werk. De vrouwen hadden het idee dat ze niet écht werkten - dat deden de mannen, zeiden ze - terwijl ze van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat hard aan het werk waren. Ze zorgden voor het huishouden, de kinderen, de moestuinen, de kippen en versterkten zo de dorpseconomie. Met de opbrengsten konden ze inkopen doen voor het gezin. Vanuit hun eigen analyse maakten ze keuzes voor het besteden van geld. Ze namen zelf leiding, hadden recht van spreken en beslisten mee. Zo werden ze mondig en investeerden in eigenwaarde.”
Tegelijkertijd met de bewustwording bij en scholing van vrouwen vond er in de kampen een emancipatieproces plaats in de gezinnen. De mannen vonden het - deels - positief dat de vrouwen meer in te brengen hadden en alle kinderen gingen verplicht naar school, ook alle meisjes, wat in Guatemala vaak niet het geval was. Ria: “Bij terugkeer naar Guatemala konden alle kinderen en jongeren dankzij Mexico lezen en schrijven!”
Collectief verhaal
Na ongeveer tien jaar vluchtelingenwerk en werk in dorpen van teruggekeerde vluchtelingen, keerden Ria en Jan terug naar Nederland. Bij hun vertrek vroegen de vrouwen aan Ria: ‘Kun je onze geschiedenis beschrijven, zodat die wordt vastgelegd voor ons nageslacht?’ Ria zocht uit hoe ze dat kon doen. “Ik wilde de orale geschiedenis optekenen, geen boek óver hen maken, zij vertellen hún verhaal. De focus daarbij is hun dagelijks leven, wie zijn ze en wat doen ze”, licht ze toe. Ze ging terug naar Guatemala en nam in drie maanden tijd zestig gesprekken met vrouwen op. Daarna schreef ze alles letterlijk uit en bleef zo dicht mogelijk bij hun verhaal en manier van praten. Ze koos voor een opzet waarbij alle informatie per geïnterviewde chronologisch werd geordend naar een aantal thema’s. In verband met hun veiligheid zijn namen gewijzigd, het ging om het collectieve verhaal. Het was een enorm karwei: “Na vijf minuten luisteren was ik één uur aan het typen”, zegt ze. Ria maakte het Spaanstalige boek met het verhaal en Jan een fotoboek. In Nederland werd er een kleine oplage gedrukt. Wijkgenoten uit Nijmegen-Oost, collega’s en vrienden hebben meegeholpen om het te financieren. Ze wilde graag 1.000 boeken verspreiden in Guatemala. Via een plaatselijke vriend vond ze er een drukkerij annex uitgeverij, Piedrasanta, die in het boek wilde investeren, eindredactie deed, foto’s heeft toegevoegd van o.a. de Nederlandse fotograaf Piet den Blanken en de lay-out heeft aangepast. Het boek kreeg als titel ‘No regresar al pasado’ - 'Niet terug naar het verleden'.
Het boek komt thuis
Ria: “In september 2022 ging ik naar de vrouwenorganisatie van teruggekeerde vluchtelingen in Guatemala en heb aan ze het boek gepresenteerd. Een zeer emotioneel moment. De boerenvrouwen herkenden zich in de verhalen. ‘Wij zijn het boek’, zeiden ze, ‘je hoort onze stemmen’. In april 2023 kwam het boek officieel uit in Guatemala. Het kreeg veel erkenning en aandacht in de landelijke en plaatselijke pers. Ik heb interviews bij kranten, op radio en op tv gegeven. Het boek is vol lof ontvangen door sociologen, antropologen, intellectueel en progressief Guatemala en allerlei basisorganisaties. Verspreid over het land zijn er bijeenkomsten en gastcolleges gehouden op universiteiten en presentaties gegeven in de boerendorpen waar de verhalen vandaan kwamen. Met hulp van de uitgever en met vrienden hebben we boeken uitgedeeld aan vakbonden, sociale organisaties, vrouwenorganisaties, mensenrechtenorganisaties, overlevenden van de oorlog, onderwijzers, universiteiten en lokale bibliotheken. We zijn nu bezig om het boek te laten opnemen in het geschiedenisprogramma voor de middelbare scholen in Guatemala. We willen het omwerken tot vijf boekjes voor jongeren. Met interviews met jongeren en stukken tekst uit het boek, om op deze manier de inhoud van het boek te verbinden met de toekomst van de jongeren.”
Prijs
Ria ontving in 2023 de Prijs voor het beste boek volgens de Associatie van Guatemalteekse Journalisten, dat is een kroon op haar werk in Guatemala. “Mijn doel was om aan het verzoek te voldoen van de vrouwen. De grote impact die het nu maakt in het land is een prachtig gevolg”, zegt ze. “De vrouwen hebben met hun verhaal over hun geschiedenis en hun leven in oorlog en armoede hun plaats ingenomen in de geschiedenis! Hun stemmen worden gehoord.”
Voor meer informatie en bestelling van het boek zie www.riamenting.nl
-------------------------------------------------
De Guatemalteekse Burgeroorlog was een burgeroorlog tussen de regering en verschillende linkse rebellengroepen. Deze kregen steun van de inheemse Maya-bevolking en arme boeren. De oorlog woedde van 13 november 1960 tot 29 december 1996. De regeringstroepen van Guatemala werden later veroordeeld wegens genocide op de Maya-bevolking en wegens wijdverbreide schendingen van de mensenrechten tegen burgers. Er vielen 150.000 à 200.000 doden, 45.000 mensen (hoofdzakelijk Maya) blijven vermist. Álvaro Arzú was president van Guatemala ten tijde van het vredesakkoord in 1996. En hoewel hij een van de functionarissen was die het ondertekenden, weigerde hij drie jaar later te erkennen dat de gruweldaden tijdens het conflict daadwerkelijk hadden plaatsgevonden - althans niet in die mate, en niet door het Guatemalteekse leger. Onder zijn neoliberale beleid bleven wijdverbreide armoede en massale ongelijkheid - de belangrijkste grondoorzaken van het conflict - niet alleen in stand, ze namen zelfs toe. Sinds januari 2023 is er een linkse president, Bernardo Arévalo, aangetreden met grote steun van progressief Guatemala en met name de Indiaanse bevolking. Met alle reserves spreekt men van een nieuwe lente in Guatemala.
Paulo Freire was een Braziliaans onderwijshervormer, pedagoog en andragoog. Hij is vooral bekend door zijn boek 'Pedagogiek van de onderdrukten'. Zijn pedagogiek richtte zich op emancipatie en bewustmaking en zijn alfabetiseringsmethode kende succesvolle toepassingen in Latijns-Amerika, Noord-Amerika, Canada en Europa. Hij ontwikkelde een onderwijsvorm die uitgaat van de politieke situatie. Mensen zouden pas gemotiveerd zijn om het abc te leren als ze dit een plaats konden geven in hun conflict met grootgrondbezitters en politie. Uitgaande van deze werkwijze leerden volwassenen in korte tijd lezen en schrijven.