In de meer dan vijftig jaar dat ik in Oost woon heb ik mij nooit ongemakkelijk of bedreigd gevoeld. Niet toen ik als tiener 's avonds op straat fietste, niet toen ik als student na sluitingstijd van de kroeg naar Moeke Nas liep en niet toen ik als theater- en horecamedewerker na het poetsen diep in de nacht naar huis ging. Eén keer is me wat vervelends overkomen. Ik moet zeggen dat ik schrok van wat er in mijn hoofd opgeslagen zit en eruit knalde toen de nood aan de man kwam.
Graag ga ik 's avonds nog even naar de kroeg om een of twee biertjes te drinken voor het slapen gaan. Deze avond liep ik rond een uur of één van Café de Struisvogel, dat zat toen tegenover de Albert Heijn, naar huis. Toen ik voor de Coop liep kwam een man me op mijn stoep tegemoet. Hij stopte voor me en vroeg of ik een sigaret voor hem had. Die had ik wel, maar ik vond het een onguur type en wilde liever niet met hem in gesprek raken. Ik antwoordde van niet en liep door. Ik hoorde hem achter me doorlopen, maar opeens hoorde ik dat hij achter mij weer mijn kant uit kwam. Op het moment dat ik mijn straat inliep haalde hij me in en hield me staande. Hij vroeg me waarom ik geen sigaret voor hem had en ik antwoordde dat ik niet rookte. Opeens begon hij erg gebrekkig Nederlands te spreken en vroeg me waar het asielzoekerscentrum was, want daar moest hij zijn. Ik wees hem hoe hij moest lopen. Vervolgens vroeg hij me of ik geld bij me had. Ik antwoordde "ja" en was benieuwd naar wat er nu zou gaan gebeuren. "Ik wil jouw geld", zei hij. "Dat krijg je niet", zei ik. Hij keek naar mij en toen naar beneden, ik zag dat hij in zijn hand een aardappelmesje had.
Het was alsof er een doosje in mijn hoofd openging met alles wat ik ooit geleerd had. Ik was eerder verbijsterd, dan bang. Hij wilde mij overvallen IN MIJN STRAAT! No way! In het Kronenburgerpark, oké, in de Vlaamse Gas om drie uur 's nachts: prima. Maar niet om 1 uur 's nachts IN MIJN STRAAT! Dat is mijn territorium. Daar overval ik. Ik sprong naar voren om zijn arm te grijpen vóórdat hij het mesje omhoog kon brengen. Hij deinsde naar achteren en ik greep mis. Nu had ik ooit als 15-jarige een jaar jiujitsu gedaan en ik sprong tot mijn eigen stomme verbazing meteen in de aanvalshouding. Luid schreeuwde ik "Brand! Brand!", want ik had ooit gehoord dat als je 'help' roept niemand komt helpen, maar als je 'brand' roept worden mensen nieuwsgierig en komen naar buiten. Dat bleek overigens niet het geval. Hij zette het op een lopen en ik er achteraan. Omdat ik niet wist of hij een Nederlander was of niet riep ik het voor de zekerheid in meerdere talen: "Ik maak je dood. I kill you. Je te tuerai." Maar hij was snel en ik kon hem niet meer inhalen.
Ik werkte toentertijd in de Swing en was gewend goed op signalementen te letten als klanten vervelend werden en mogelijk problemen konden gaan schoppen. Ik liep naar huis en belde de politie, vertelde wat me gebeurd was, dat was toch echt een gewapende overval, en gaf een uitgebreid signalement door. Ze zouden meteen op zoek gaan. Tot dan toe was ik ijzig kalm geweest, maar toen ik opgehangen had begon de adrenaline pas goed te stromen. Ik werd bozer en bozer: Zich voordoen als asielzoeker. Alsof die mensen het niet al moeilijk genoeg hadden. Mij willen overvallen IN MIJN STRAAT!
Wat ik toen deed was niet verstandig. Ik liep naar de keuken, pakte mijn grootste vleesmes uit de keukenla en sprong op de fiets. Door mijn hoofd klonk een zin uit de film Crocodile Dundee: "You call that a knife?" zegt de hoofdpersoon tegen een straatschoffie met een stiletto. "This is a knife", en hij haalt een enorme machete uit zijn leren jas. Ik ben keihard de hele wijk rondgefietst en zou hem zeker aan mijn mes geregen hebben als ik hem gevonden had. Maar ik zag hem niet meer. Gelukkig voor hem, maar waarschijnlijk nog gelukkiger voor mij. De politie zag ik trouwens ook nergens.
De volgende dag ben ik nog op het bureau foto's wezen kijken. Er kwamen wel wat bekende gezichten voorbij (waren het echt allemaal boeven? Of zaten er ook foto's van gewone mensen bij?), maar mijn would-be overvaller zag ik niet.
's Avonds zag ik op teletekst (ja, het speelt zich al weer heel wat jaren geleden af) dat een overvaller iemand in Waterkwartier 's avonds op straat had gevraagd om een sigaret en daarna om zijn geld. Degene die overvallen werd had gezegd, dat hij geen geld bij zich had, maar dat hij dat thuis wel even voor hem ging halen. Daar pakte hij een luchtbuks achter zijn voordeur vandaan en was op de overvaller gaan schieten.
Opeens kreeg ik medelijden met hem. Je bent toch wel een enorme sukkel, als je in twee dagen tot twee keer toe na een overvalpoging hard moet rennen om het vege lijf te redden. Ik heb hem nooit meer gezien.