“Stel je niet aan”, zei de vrouw tegen haar kersverse partner in Married at first sight. Ze waren een zwembad in gelopen en hij vond het water koud. Vanaf dat moment begon deze relatie te kapseizen, maar haar opmerking liet mij ook niet onberoerd. Op mijn 13e verjaardag vroeg de docent Engels op de Juliana van Stolberg-mavo in Enschede welke cadeaus ik had gekregen. Voor ik iets kon zeggen, siste een klasgenoot “een Barbiepop”, waarop enkele van mijn notoire pesters hard begonnen te lachen. Even later lachte de hele klas mee, zelfs mijn twee vrienden. Ik probeerde mijn tranen weg te slikken. “Stel je niet zo aan”, zei de docent.
Door de opmerking 'stel je niet aan', communiceer je eigenlijk: ‘ik weet wat jij voelt en het stelt niets voor.” Terwijl je niet weet hoe iemand met bijvoorbeeld een hondenfobie, een lactose-intolerantie, een pollenallergie, anorexia, add of borderline zich in bepaalde situaties kan voelen. En als ik met een blote knie op een betonnen tegel val, kan de pijn best meevallen. Maar een ander die hetzelfde doet, kan veel meer pijn ervaren omdat hij op een randje terecht komt of omdat hij een lagere pijngrens heeft. Je kunt vrijwel nooit beoordelen wat een ander precies voelt. Zelfs niet als iemand heftig reageert op een klein fysiek ongemak. Zoals een kind dat op een sportdag valt en onbedaarlijk begint te huilen; dat kan ook de opgehoopte frustratie zijn van elke keer als laatste eindigen.
Daarom is mijn verzoek aan jou, beste lezer: schrap die onschuldig ogende frase “stel je niet aan” uit je woordenboek. Er is eigenlijk nooit een goede aanleiding voor: ook niet als iemand een biertje afslaat, eerder van een feestje vertrekt, niet opgesteld wil worden in het voetbalteam, een rondje minder loopt, het eten pittig vindt. Je mag best iemand overhalen om mee te doen met jou of de groep, maar verleid dan in plaats van hem te degraderen tot zielenpoot. Maar ik geef het toe, ik flapte het er ook wel eens uit. Bijvoorbeeld toen mijn tienjarige zoon niet mee naar buiten wilde vanwege de kou. Maar het was toch veel leuker geweest als ik gezegd had: ”Handschoenen aan, muts op, we trekken eerst een sprintje om warm te worden, dan krijgt die kou ons er niet onder, let maar eens op!”