Sterke armen. Daar keek ik vaak naar, want ik had ze niet. We hadden weinig gemeen, vond ik, toen. Vandaag, op de eerste dag van de lente, zou mijn vader 83 geworden zijn: 15 jaar geleden overleed hij aan darmkanker, maar de herinneringen slijten niet.
Hij was praktisch, bescheiden, geduldig en een levensgenieter. Een ringbaardje, alpinopet, strakke groene spencer en vaalbruine ribbroek. Geen wonder dat vrouwelijke collega’s hem wel liefkozend ‘tuinkabouter’ noemden. Hij genoot niet alleen van vakanties, vogels en - vooral - zijn tuin, maar ook van zijn rookstoel naast de houtkachel, met cognac, sigaar en een cryptogram.
Hij bracht me de liefde voor natuur bij door samen naar het Haagse bos bij Losser te gaan, op zoek naar reeën: spannend, in de schemering opstaan, terwijl de nevels nog boven de weilanden hingen. Maar als hij me zocht om in de tuin te helpen, verstopte ik me op de bloedhete zolder om de Pep te lezen. (Inmiddels ben ik niet uit de tuin weg te slaan.) Ik wilde als student wereldpolitieke en filosofische kwesties aan de orde stellen, hij werkte ondertussen aan een betere wereld als verpleegkundige en vrijwilliger bij de zonnebloem. Toen een dominee onwel werd op de kansel, werd ik door schrik bevangen, maar mijn vader was ondertussen al bij hem. Ik wist heel weinig over wat hij vond en voelde. Zijn oudste broer zei op zijn begrafenis: “Hij heeft het lang niet altijd makkelijk gehad. Als kind kreeg hij met de vlakke hand als hij weer ’ns in bed geplast had.” Ik was geschokt: mijn vader had nog nooit iets negatiefs over zijn vader verteld…
Twee dagen voor zijn overlijden at hij nog een stukje lasagne in de zon, op het terras met zijn kinderen en kleinkinderen - terwijl hij al lang geen vast voedsel meer aan kon. “Het was zo’n fijne dag” zei hij, zelfs met wat kleur op z’n gezicht. “Geniet ervan”, was het laatste dat hij tegen me zei.
Mijn zus is inmiddels ook vogelaar en druk in haar tuin. Die stille man op de achtergrond heeft veel invloed op ons gehad. Vandaag, op zijn verjaardag, lukte me het ineens voor het eerst ooit om een chin-up te doen, met m’n kin boven de stang. Toeval?