Twee reebruine ogen staren me online indringend aan. De foto staat bij een verzoek van een buurtgenoot om zorgvuldig met huisvuil te zijn. Bij zwerfafval op straat heeft ze een rat gespot. O jee..
Toen ik in Oost kwam wonen hoorde ik een sterk verhaal. In mijn huisje was er eentje tot aan de bovenverdieping geklauterd. Ik geloofde er niets van maar bij vreemde geluiden ’s nachts werd ik toch wakker. Gelukkig kon ik mijn katten de schuld geven. Tot die ene keer. Beneden hoor ik gerommel en zij liggen vredig aan mijn voeteneinde. Ik zit recht overeind.
‘s Morgens moet ik toch echt de trap af. Beneden is het een bende. De pedaalemmer ligt om en het afval verspreid door de huiskamer. Mijn katten gluren in stilte naar een stevig staartje dat vanonder een radiator heen en weer zwiept. Dat is dus geen muis. Met geschreeuw en een bezem probeer ik het dier naar buiten te krijgen. Helaas. Met een bonzend hart haal ik hulp in de buurt.
Met zijn vieren komen ze. Voorzien van stok, vangnet en een kooitje. ‘Vooral de gemeente niet bellen’ maant een achterbuurvrouw. Plan is om het ratje diervriendelijk te vangen en ver weg uit te zetten. Het wordt een waar avontuur met veel gegil en gelach. Het dier sprint heen en weer door de huiskamer, langs de trap (!) en het vangteam. Steeds is hij ons te slim af. Maar dan.. Ineens loopt hij zelf het kooitje in. Euforie alom. Opgesloten kijkt hij ons vriendelijk aan en gaat zichzelf - hoe schattig - uitgebreid zitten wassen.
Missie geslaagd, nu nog uitzetten. Tja… dat is mijn taak. Dus rijd ik met veel gegil in de kofferbak naar de Ooijpolder. Bij de eerste de beste sloot laat ik het ratje tactvol vrij en kijk hem toch wat weemoedig na.