Vanuit de stad fiets ik, met een lach op mijn gezicht, via de Prins Hendrikstraat de Daalseweg in richting huis. Ik had eindelijk weer eens in de stad op een terrasje gezeten in een zalig zonnetje. Voor het rode stoplicht bij de Oranjesingel verspert een bakfietsmoeder me de weg. Een dochter van een jaar of tien fietst er aan de buitenkant naast en laveert gevaarlijk dicht langs de stilstaande auto's. Moeder en dochter zijn druk in gesprek over een nieuwe aankoop. Slalommend tussen te ver doorgereden automobilisten op de Oranjesingel slinger ik naar de overkant om bij de eerste afslag alweer keihard op de rem te gaan. Een wagen schiet vanuit de Waldeck Pyrmontsingel nog snel even voor me langs. Gelukkig staat er geen bus bij de halte, zodat ik nu vaart kan maken om het vals plat te bestijgen. Aj, bij het volgende kruispunt heeft een slimmerik niet door dat het om een uitrit-situatie gaat en neemt voorrang. In de trappers maar weer, omhoog richting Albert Heijn. Oeps, bij de vluchtheuvel wil een automobilist me inhalen, maar daarvoor is het er te smal. Wie gaat eerst? Remmen, optrekken, vragende blikken, okay ga jij maar. Bij het bloemenstalletje steekt iemand over zonder opzij te kijken. Hoezo, waag je je leven voor een bos bloemen? Verder gaat het weer, langs de begraafplaats. Bij de uitrit van de parkeerplaats bij de Appie staan een bolide en scooter met de neuzen tegen elkaar. De bestuurders trouwens ook. Hun gelijk schreeuwend, houden ze beiden hun poot stijf en het verkeer op. Blij dat ik met de fiets ben, draai ik er langs. Omhoog maar weer. Bij de Wanco, Bereket en het Kruidvat staat het vol busjes en scheef geparkeerde auto's. Als er plots een uit de parkeerhaven draait, stap ik af. Dit is me te gortig. Bij het zebrapad aangekomen, moet ik er weer af. Een dame met een rollator heeft besloten naar de brievenbus of Bruna te gaan. Moedig van haar. Zelf vind ik het elke keer weer een spannende exercitie om hier in het volste vertrouwen tussen het drukke verkeer over te steken. En door. Alweer geen bus bij de halte, wat een mazzel heb ik vandaag toch! Midden op de rotonde voor het Badhuis loopt een man met een tasje. Is hij verward of neemt hij gewoon de kortste weg naar Strik? Even opletten nu of andere weggebruikers me niet afsnijden als ik het rondje maak, de Tooropstraat in. Bij elke drempel schat ik vervolgens in of ik er rechts langs kan (geen gehobbel) of, vanwege het risico op openzwaaiende portieren, overstekende katten, kinderen of Coopbezoekers, toch beter midden over.
Bijna thuis nu. Is mijn glimlach er nog? Mijn glimlach is er nog. Op weg naar huis ben ik vijf bekenden tegengekomen. Ik zag zelfs kans om naar ze te zwaaien.