In Bottendaal stond pas een halve cirkel mensen met camera’s en verrekijkers dwars over weg. Ze keken omhoog naar een linde voor de supermarkt. Op een dikke tak zat een oehoe, die probeerde de slaap te vatten.
Zijn Engelse naam, Eagle owl, doet hem recht: het is de grootste uil ter wereld en een krachtpatser eerste klas. Met een vleugelspanwijdte tot 1,6 meter kan hij reekalfjes, reigers, marters en buizerds grijpen. Hij slikt egels zelfs met stekels en al in. Ik keek ademloos. Wat een vogel! Die ogen! die klauwen! De man die naast mij stond zei tegen me:
“Ze moesten de dierenambulance bellen, dit beest moet gered worden, die hoort toch niet in de stad.” Daar moest ik even op kauwen. Hoort een oehoe niet in de stad? Of is het net zoiets als ‘vrouwen horen niet in het leger’ en is het gewoon een kwestie van wennen.
Oorspronkelijk komt de oehoe vooral voor rond ravijnen, kloven, dichte bosranden en groeves. Maar de oehoe past zich misschien wel aan. Er broedde in 2020 zelfs een op het balkon in het Belgische Geel. In Gelsenkirchen broedt een paartje oehoes vlakbij het stadion van Schalke 04 en in Burgers Zoo broedt een paartje vlakbij een terras waar ruim een miljoen bezoekers per jaar langs schuifelen. Erg mensenschuw lijkt hij dus niet. Niet zo gek als je bedenkt dat onze oehoes afkomstig zijn uit Duitsland. Daar was de soort bijna uitgestorven na eeuwen van vervolging. Maar tussen 1974 en 1994 werden 3000 oehoes uitgezet in Duitsland, een fokprogramma waarbij dierentuindieren en wilde dieren uit andere landen werden gebruikt.
Maar is er wel voldoende voedsel in de stad? De bruine rat, stadsduif en houtduif vormen vaak de top-3 prooien en die zijn veel meer in de stad te vinden dan op de Veluwe. Net ten oosten van Nijmegen, in de Groesbeekse bossen en het Reichswald broeden sinds dit jaar al negen paartjes. Enkele van die uilen zullen wel eens vaker in de stad gaan jagen.
Ik zie wel een voordeel in de komst van de oehoe; de vogelstand kan er van opknappen! Dat komt omdat er ook menige kattenschedel op oehoenesten wordt gevonden. Als deze reuzenuil eenmaal regelmatiger in Nijmegen opduikt, zullen veel van de 40.000 kattenbezitters hun dier niet meer buiten laten ’s nachts - hoop ik. Dat kan 400.000 dode vogels per jaar schelen, terwijl een oehoepaar er in diezelfde tijd zelf maar 500 consumeert!
Pasteltekening van Oostgenoot Bea Pont uit de Professorenbuurt.