Oorlog is geen pretje, maar de herdenkingen kan ik wel waarderen. Vier mei op het Trajanusplein is elk jaar weer een feest. Prachtige blaasmuziek, twee minuten glashelder vogelgekwetter en een burgemeester die zijn joligheid een dagje thuis laat. Wat me op dat soort momenten ook altijd ontroert is de combinatie van frisse schoolkinderen met kransen en broze mannen met lintjes. De een nietsvermoedend van de toekomst voor de boeg en de ander met een verleden dat al grotendeels is weggewaaid. Mijn gedachten dwalen dan af naar de overgeschoten Amerikanen, Canadezen, Engelsen of Polen, die bij grote jubileumherdenkingen worden rondgereden in opgelapte Jeeps. Stokoud met kortstondige vlagen kwiekheid. Achter hun waterige blik bedenk je gemakkelijk beelden van jongensachtige bravoure, heroïsche ontberingen en uiteengereten kameraden. Je leven riskeren voor andermans land, hartverscheurend tof.
Later, als mijn gevoelstemperatuur weer wat is gedaald, vraag ik me steeds af wie toch die Hollandse mannen zijn met de borst vooruit, vol medailles en versierselen. Wat waren hun daden en welk heldenverhaal sjouwen ze met zich mee?
Vroeger dacht ik altijd dat dit onze bevrijders waren, maar dat had ik mooi mis. Van de mannen die hebben meegevochten aan de bevrijding van Nederland staan er nog maar een paar overeind en die zijn geen van allen Nederlander. Maar we hadden toch onze eigen Irenebrigade, opgericht door Prins Bernhard? Klopt, maar dat waren meer edelfiguranten dan ijzervreters. Op 8 augustus 1944, ruim twee maanden na D-day, landden deze jongens in Normandië en trokken negen maanden achter de linies richting Nederland. Na de bevrijding van Den Haag mochten ze voor het eerst voorop, bij de intocht, om alsnog als helden te worden onthaald.
Laten we het maar toegeven: heldendom zit ons niet in het bloed. Na Korea lieten ongeveer negentig landgenoten het leven tijdens VN vredesmissies. De belangrijkste oorzaken waren hartstilstand, verkeersongeluk, zelfmoord, helikoptercrash, excessief alcoholgebruik en het opgegeten worden door een krokodil. En hebben we een keer een echte held dan arresteren we hem voor wildplassen.
Begrijp me niet verkeerd. Het ontlopen van gevechtshandelingen juich ik toe. Heldendom is zelden slim, zeker niet in oorlogstijd. Oorlog is prima werkterrein voor politici op afstand en generaals onder beton, maar sloebers in het veld zijn altijd de sjaak. Daarom ben ik blij dat we een beroepsleger hebben, want oorlog is ook gewoon een vak. Een goede CAO in ruil voor sneuvelbereidheid. Alleen jammer dat ze in oorlogstijd ook altijd onschuldige burgers laten sneuvelen.