Wat is er mooier dan dit: met een warme kop koffie bij de verwarming naar buiten kijken, met zicht op een voederplank of een boom met pindasnoeren? Soms is het er stil, op andere momenten is het er topdruk en zie je wel tien verschillende vogelsoorten!
Tekst: Kor Goutbeek, foto's: Ron Moes
Het gedrag van de vogels is boeiend: let op de schuchtere Turkse tortels, de assertieve eksters, de plompe houtduiven en de acrobatische mezen. Nog mooier is dat natuurlijk bij winterse condities met sneeuw, rijp, mist of ijs. Dan duiken er geregeld noordelijke soorten op. Tijdens de vorstperiode van vorig jaar had ik ineens dagelijks kepen in de tuin en stormmeeuwen op het dak, soorten die die ik de rest van de winter amper zag.
Het tellen van tuinvogels heeft een boost gekregen door corona: telden in 2020 nog 90.000 mensen mee, in 2021 waren het er al 170.000. Zo ontstaat er een steeds beter beeld van onze tuinvogels in de winter. De landelijke top-3 is al 18 jaar huismus, merel en koolmees; wat opviel was de achteruitgang van spreeuw en ringmus en de opmars van grote bonte specht en halsbandparkiet.
Winterse verrassingen
Het aantal soorten in de winter is minder dan in de zomer: in mijn tuin zijn de maxima respectievelijk 24 en 34 soorten per dag. Zomervogels als gierzwaluw, zwartkop, tjiftjaf en andere insecteneters trekken immers naar het zuiden. Toch heeft het kijken naar vogels in de winter een speciale bekoring. Ze komen vaak dichterbij en zijn langduriger te bewonderen. Bovendien is er altijd kans op speciale gasten uit het noorden zoals sijs, keep, koperwiek en kramsvogel. In mijn tuin werd ik dit jaar verrast door zwarte mees en goudvink! Er zijn ook alledaagse soorten die vooral in het winterhalfjaar te zien zijn. Een goed voorbeeld is de kokmeeuw. Ik kan er de klok bijna op gelijk zetten: begin juli verschijnt de meeuw met de chocoladebruine kop om half maart ineens weer te verdwijnen: dit komt doordat ze buiten die periode, in de broedtijd, gebonden zijn aan hun kolonies waarvandaan ze niet veel meer dan een paar kilometer zwerven op hun voedselvluchten. Als hun opvoedtaak er op zit, duiken ze overal in het land op.
Het geheim van voeren
Voeren helpt sterk om vogels naar de tuin te kokken. Het geheim daarvan: meerdere plekken op meerdere niveaus - grond, voederplank, struiken, boom - te hebben waar je dagelijks een beetje bijvoert. Binnen een paar dagen weten de vogels je tuin te vinden. Lang werd gedacht dat voeren slecht is voor vogels - ze zouden er lui en dik van worden, maar langjarig onderzoek toonde aan dat voeren geen enkel kwaad kan, als je je aan een paar richtlijnen houdt. Gebruik bijvoorbeeld geen voer in netjes, en geen mensen-pindakaas of -pinda’s - die zijn veel te zout - de vogelversies zijn ook gewoon in de supermarkt te koop. Voer met mate: kleine beetjes die je geregeld aanvult. Vogels voeren maakt verschil: de kleine, parmantige winterkoning kan in 1 koude nacht 1 gram lichaamsgewicht kwijtraken, dat is 10%. Een strenge winter kost dan ook veel winterkoninkjes het leven (hun naam is eigenlijk net zomin terecht als die van de ijsvogel).
Een andere kleine wintergast is ons kleinste vogeltje, de goudhaan: een bolletje veren van 9 gram met een prachtige oranje of gele streep over de kruin. Ook de sperwer duikt geregeld op: een snelle, kleine roofvogel met lange staart en korte vleugels. De merels laten het met luid ge-tsjak horen als hij rakelings over het schuurdak scheert. Het tuintrio winterkoning, heggenmus en roodborst scharrelt graag op de grond of in dichte, lage struiken. Ze zijn het hele jaar in de tuin aanwezig, maar in de winter veel meer te zien. Omdat er uit Scandinavië ook nog eens duizenden van dit trio afzakken naar onze milde winters; maar ook doordat de struiken kaal zijn en de vogels beter zichtbaar.
---------------------------------------
Hoe werkt de tuinvogeltelling?
Kies op 28, 29 of 30 januari een half uur uit waarop je telt, noteer die tijd. Zoek een plek bij het raam met een maximaal uitzicht op je tuin of balkon en noteer de soorten die je ziet. (je mag ook best buiten tellen, hoor!) Tel het maximale aantal dat je ziet van een soort, maar tel ze niet bij elkaar op. Tel geen overvliegende vogels, maar wel vogels die op je dak landen. Je kunt pen en papier gebruiken, maar de soorten ook direct aanklikken op de website: www.vogelbescherming.nl/tuinvogeltelling. Een telling doorgeven kan tot en met maandag 31 januari 12.00 uur. Je kunt daarna uitslagen bekijken op buurt-, wijk-, stad-, provincie- en landelijk niveau.
---------------------------------------
Wie lust wat?
* Lijsters (Merel, zanglijster, koperwiek en kramsvogel) en spreeuw: gewelde krenten en rozijnen, schillen en klokhuizen, broodkruimels op de grond met beschutting vlakbij.
* Mezen (kool-, pimpel-, staart- en zwarte mees): vetbollen, ongezouten doppinda's, kokosnoot, zonnepitten, op een voedertafel of opgehangen in een boom.
* Winterkoning, heggenmus en roodborst: meelwormen en broodkruimels op een beschutte, sneeuwvrije plaats op de grond.
* Zaadeters (huismus, vink en groenling): zonnepitten, pindablokken en broodkruimels op de voedertafel.
* Specht, boomklever en boomkruiper: ongezouten doppinda's, vetbollen, zonnepitten, pindablokken verticaal aan een boomstam op een rustige plaats.