Een geschiedenisrubriek over Nijmegen-Oost door Kor Goutbeek, deel 5
Justinus van der Brugghen (1804-1863) was rechter in Nijmegen en werd premier van ons land. Hij woonde in Oost, op de Beekmansdalseweg 7. Zijn grotendeels houten chalet uit 1852 is inmiddels een gemeentelijk monument. Van der Brugghen was protestants, antirevolutionair en aanhanger van het Réveil. Die beweging wilde terug naar de oude normen en waarden van vóór de Franse revolutie: vaderlandsliefde, gezag en kerk moesten weer centraal staan. Vanaf 1845 verbreedde de beweging zich met de strijd tegen slavernij en alcoholisme en hulp aan verarmde jeugd, lichte vrouwen en zwakzinnigen. Van der Brugghen zette zich vooral in voor het Christelijk onderwijs in Nijmegen. In mei 1844 richtte hij de 'Bijzondere Lagere School der 1e Klasse op den Klokkenberg' op. Dat was de eerst christelijke lagere school in Nederland. Daarna volgde in 1846 de oprichting van een 'Schoolklasse tot vorming van kwekelingen voor het christelijk onderwijs’, de latere Pabo de Klokkenberg, befaamd om zijn degelijke onderwijs.
Van de Nijmeegse bevolking was destijds 75% rooms-katholiek, maar de protestantse elite had het voor het zeggen. De rooms-katholieken schikten zich lange tijd bedeesd in hun lot. Totdat in 1843 geloofsgenoten van heinde en verre naar Nijmegen togen om zich te verzamelen voor een bedevaart naar het nabijgelegen Duitse Kevelaer, waar al 200 jaar een wonderbaarlijke afbeelding van de Maagd Maria vereerd werd. Van der Bruggen liet een pamflet drukken waarin hij de bedevaartsgangers afraadde om daar genezing voor kwalen te verwachten. Hij begon met “Lieve Vrienden”, maar liet duidelijk doorschemeren dat hij het katholicisme een kinderlijk soort bijgeloof vond. Heel katholiek Nederland was beledigd. Stadsgenoot Verwaaijen nam het op tegen Van der Brugghen en fel ook: hij betoogde dat België zich afscheidde vanwege de achterstelling van katholieken. En dat de protestanten alleen door geweld, plundering en stelselmatige aanranding van de rechten van katholieken konden domineren in Nederland. De compromiszoekende en zachtaardige Van der Brugghen schrok: hij dacht met iedereen door een deur te kunnen. Daardoor kon hij als pragmatisch politicus ook snel van standpunt wisselen, tot afgrijzen van zijn ministers. Zijn carrrière in het kabinet duurde dan ook maar kort; van 1856 tot 1858.