Het traditionele Kerstverhaal in de laatste Wijkkrant van het jaar, geschreven door Kor Goutbeek.
1976, ik ben 11. Een week na Sinterklaas. Een bushalte aan de rand van Enschede. Ik was die middag op de fiets naar een tekencursus in de grote stad geweest. Maar op de terugweg brak mijn ketting, daarom wil ik nu met de bus verder naar huis. De bus laat nog een half uur op zich wachten, zo blijkt uit de tijdtabel. De lucht is grauw, het begint te schemeren en te sneeuwen. Voordat ik het weet, zie ik dat ik mijn duim opsteek langs de Oldenzaalse straat. Ik verbaas mezelf: ik ben normaal nogal verlegen en voorzichtig.
De eerste auto die langs rijdt, stopt al. Een oranje Ford Capri. De allereerste lift uit mijn leven. Aan het stuur zit een zwarte man. Tot mijn schrik. Ik had nog nooit een zwarte man van zo dichtbij gezien. Ik aarzel, spreekt hij wel Nederlands? Maar de man lacht breeduit: “Waar moet je naar toe?" Als ik “Losser” antwoord, zeg hij vrolijk: “Stap in, joh, ik bijt niet”. Hij draagt een suède jack met bontkraag.
Ik ga voorzichtig naast hem zitten en durf even niks te zeggen.
“En, ook al zo’n zin in kerst”, vraagt hij na een kleine minuut, als we rechtsaf slaan.
“Vieren jullie dat dan?”, vraag ik, ”hebben jullie geen eigen geloof?”
“Ik kom uit Suriname, en daar zijn ook veel moslims en hindoes, maar de helft van de Surinamers is Christelijk. Wij vieren kerst groots hoor, met veel eten en familie! En mijn favoriete spekkoek!”
“Maar kerst gaat toch niet over eten, maar over de geboorte van Jezus?”, lepel ik mijn zondagschool-kennis op.
De onoverwinnelijke zon
“Klopt. Onder andere. Ik doe onderzoek bij het Meertens Instituut voor volkscultuur naar de kerstviering. Het frappante is dat tot 1960, dus maar kort geleden, veel Nederlanders maar weinig tot niets aan kerst deden. Vooral de protestanten niet.
De eerste christengemeenten vierden zeven feesten per jaar, maar kenden geen kerst. Pas drie eeuwen later zorgde de eerste christelijke keizer, Constantijn de Grote, ervoor dat Kerstmis op 25 december werd gevierd. Op deze datum werd rond de Middellandse Zee tot dan toe de zonnegod vereerd, zoals Ra in Egypte en Helios in Griekenland. In Rome was dit de zonnegod Sol Invictus, de onoverwinnelijke zon. Omdat Jezus het Licht van de Wereld genoemd werd, sloot dit mooi aan. Jezus werd ineens geboren op 25 december, terwijl begin september aannemelijk is.
In het kerkelijk jaar zijn Pasen en Pinksteren veel belangrijker voor het Christelijk geloof. Maar de behoefte aan een feest is veel groter in het donkerste deel van het jaar. In Noord-Europa vierde men daarom eind december zelfs het belangrijkste feest. De dagen die in de herfst almaar korter werden, gingen eindelijk weer een beetje lengen. De Germanen noemden dit feest de zonnewende, de solistice. Daarbij werden vuren ontstoken en hulst en sparren bij het dorp gezet. Dit feest noemde men Jul, zoals in Scandinavië kerst nog steeds heet.”
“Hier rechts” zeg ik en hij zet zijn knipperlicht aan.
“Kerst is als een mooi gelaagde spekkoek: een laagje oude zonnewende feest, een laagje Romeinse keizer, een laagje Mattheüs, met herders, wijzen en een kribbe. En natuurlijk een laagje kerstman, een afgeleide van onze Sinterklaas en de Germaanse god Wodan die te paard door de hemel reed en een lange witte baard had. In 1930 bepaalde een Coca-cola-reclame het huidige uiterlijk van de kerstman: blozende wangen, een knipoog, bolle buik en luide lach. Dan zijn er nog laagjes van tradities en verhalen uit verschillende windstreken: de Britse traditie van kerstkaarten & Carols, de Amerikaanse kerstman & kalkoen, het Duitse stille nacht & stol, de Italiaanse kerststal & kerstnachtmis, enzovoort…”
“Het kerstfeest zou je dus best heidens kunnen noemen, maar ook het bijbelverhaal speelt een grote rol. Het is voor veel mensen zelfs de enige keer in het jaar dat ze naar de kerk gaan. Kerst is voor mij het feest van licht en warmte. Het eerste dat God schiep was het licht. En zonlicht is cruciaal, anders kunnen we niet leven: al onze energie, voedsel en zuurstof ontstaan onder invloed van licht, onderschept door planten. We snakken in deze donkere tijd naar het licht. Veel mensen hebben dan ook last van winterdepressies, van te weinig licht in de duistere maanden, die ook al killer en eenzamer worden.”Ik: “Ja, mijn moeder zegt altijd: ik wil wel in winterslaap begin november en dan in maart weer wakker worden.”
De Surinamer grijnst: “Als je in Suriname bent opgegroeid, weet je niet wat je overkomt met die seizoenen hier.”
“De volgende rechts.”
“Het licht zorgt ook overdrachtelijk voor helderheid in donkere, verwarrende tijden en licht zorgt weer voor warmte. Door lekker te eten met familie, zoeken we die warmte op, om op je vraag terug te komen.”
“En nu meteen links, daar woon ik, dat lage huis aan de linkerkant, nr. 199”
Als ik uitstap en bedank voor de lift, voegt hij me nog toe:
“Als je maar onthoud: kerst is het feest van licht en warmte. En zo gelaagd als spekkoek!”
De Wijkkrant wenst iedereen fijne feestdagen en een gezond en gelukkig nieuwjaar!