Een geschiedenisrubriek over Nijmegen-Oost door Kor Goutbeek, deel 4
Marga Klompé (1912-1986) is een grote naam. Zij staat in de Canon van Nederland en werd in 2019 door historici zelfs uitgeroepen tot de belangrijkste vrouw uit de Nederlandse geschiedenis. Zij gaf maar liefst 16 jaar les op Mater Dei, het meisjeslyceum van de zusters Ursulinen bovenaan de Berg en Dalseweg: nu is daar het Canisiuscollege gevestigd.
Door Kor Goutbeek
Ze groeide op in Arnhem, studeerde vervolgens scheikunde in Utrecht, werd lerares in Nijmegen en kamerlid in Den Haag. Ze werd bekend in 1956 als eerste vrouwelijke minister van Nederland. Ze was een wegbereider voor gelijke kansen voor vrouwen, zonder feministe te zijn. Rond haar twintigste maakte ze een geloofscrisis door en kwam ze niet meer in de kerk. Na de mystiek in het geloof ontdekt te hebben, werd ze juist diepgelovig. Aan deze zoektocht hield ze een blijvend respect voor andere religies over.
Ze was een geliefde lerares op het Mater Dei 'moeder Gods' van de zusters Ursulinen. Met haar klas ging ze in het voorjaar fietsen en picknicken in de Ooijpolder. De meisjes plukten bloemen waarmee ze hun fietsen versierden. Marga was veel losser in de omgang met haar leerlingen dan de nonnen. De meisjes hadden geregeld last van heimwee, omdat ze vaak maar eens per maand naar huis mochten. Een meisje had zelfs zóveel heimwee, dat Klompé haar een half jaar in huis nam, zodat ze toch wat huiselijkheid meekreeg. Marga woonde in Arnhem vlakbij de latere filmster Audrey Hepburn, tijdens de oorlog nog een pubermeisje. Frappant was dat Audrey's vader, hoewel een Brit, een spion voor de Duitsers was, terwijl Marga het verzet hielp.
In 1947 werd Marga lid van de Nederlandse delegatie naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Die stelde het Handvest voor de Rechten van de Mens op. Maar haar belangrijkste prestatie was de Algemene Bijstandswet van 1965. Deze haalde de bijstand uit de sfeer van liefdadigheid: “Een geweldige switch van genade naar recht”, zei Marga. Premier Jelle Zijlstra zei over haar: “Ik zie haar voortdurend praten, schrijven, telefoneren: de PTT moet een fortuin aan haar verdiend hebben!”