8 april 1922 - Onder de grote beukenboom op de hoek van de Postweg en de Broerdijk staan drie mannen bijeen. "Laten we een voetbalclub oprichten!" Op datzelfde moment passeert boven in de lucht een zwerm trekvogels.
Tekst: Anna Bakker Fotografie: Marc van Kempen, Jeroen van Engelen
De rest van dat verhaal is inmiddels honderd jaar geschiedenis. Een verhaal in groen en zwart, de kleuren van de shirts die de lokale manufacturenzaak toevallig op voorraad had liggen.
In een tijdspanne van honderd jaar groeide dit gezelschap uit tot momenteel zo’n 1100 leden die ook allemaal zo’n shirtje in de kast hebben liggen. Twee daarvan zijn Fanny Stoop (33) en Frank Örth (57). Met hen loop ik een klein stukje door het verleden en vandaag van de club heen.
Balletje trappen
Voor Fanny begon dat ruim een kwart eeuw geleden. “Als kind al deed ik niets liever dan de hele dag voetballen - lekker met de bal bezig, zo nu en dan een spelletje met buurtkinderen en dan weer oefenen de bal zo lang mogelijk hoog te houden. Maar mijn ouders wilden liever niet dat ik op voetbal ging omdat ik dan bij de jongens in het team moest. Want ik speelde al zoveel met jongens!”
Toen in 1996 het allereerste meisjesteam bij Trekvogels werd opgericht - en er dus nóg meer gevoetbald kon worden - was Fanny er meteen bij, zo ook haar vriendinnetje Nikki Janssen. Ze waren allebei 7 jaar. Alsnog bleef ze ook nog de hele lagereschoolperiode buiten voetballen, op straat.
In de jaren daarna werd het sociale gebeuren rond het voetballen bij Trekvogels belangrijker. Zo ontstonden vriendschappen die verder gingen dan de kaders van het voetbalveld, gingen ze samen de stad in om te stappen, uit te gaan. Naarmate de jaren vorderden groeide dat meer en meer.
Doeners
Frank Örth (57) groeide op in het Rode Dorp. Voetballen betekende daar Trekvogels. En of je nou talent had of niet, daar ging je gewoon bij. Zo maakte Frank op zijn 14e, 43 jaar geleden, zijn entree bij de club. Dat talent bleek er nu niet bepaald te zijn, de liefde voor de sport en voor de club des te meer. Toen Frank 20 jaar was ging het sporttenue voorgoed de kast in en kwam de scheidsrechtersfluit tevoorschijn. Henk Brouwers, nu een van de oudste leden van Trekvogels, leerde het hem nog. Daarna floot Frank jarenlang wedstrijden voor de senioren, 18-plus dus. Daar bleef het niet bij.
Gaandeweg de jaren kwamen er meer en meer vrijwilligersactiviteiten bij. Zo werd Frank leider van een seniorenelftal op zaterdag. En van nog een, op zondag. In die rol organiseerde Frank Gedurende vijftien jaar, naast alles wat komt kijken bij het in goede banen leiden van zo'n elftal, allerlei nevenactiviteiten voor deze teams, zoals uitstapjes in binnen- en buitenland.
Wat dan ook wel weer aansloot op zijn voorzitterschap en het opnieuw leven inblazen van de evenementencommissie. Daar kwamen heel wat partijen en themafeesten uit voort.
Bepaald enerverend waren de vier jaar dat Frank voorzitter was van Trekvogels. Vlak nadat hij was gekozen werd duidelijk dat ófwel Orion, ófwel Trekvogels, beide gebruikers van het - te kleine - terrein aan de Kwakkenbergweg, het veld zou moeten ruimen naar de d’Almarasweg. En geen van beide clubs wilde natuurlijk het eigen domein verlaten. Het woord 'vertrek' alleen al lag gevoelig, merkte Frank, het was na drie jaar onderhandelen zelfs nog geen enkele keer gevallen.
Toen de situatie niet langer houdbaar was, er moesten knopen doorgehakt en concessies gedaan, nam Frank dat woord tijdens een overleg dan toch een keer in de mond: “We spreken wel af, jullie vertrekken, wij blijven!” Daarmee was de kogel door de kerk. Het feit dat Trekvogels een club is van doeners, ‘mensen met de handjes op de juiste plaats’ was een belangrijk pluspunt in die onderhandelingen. Later die avond, in café de Toorop, hebben hij en zijn Trekvogelcompanen er het glas op geheven.
Iedereen uiteindelijk blij, Orion kreeg een groter veld met genoeg ruimte voor uitbreidingsplannen, maar Trekvogels kon ook uitbreiden, kreeg namelijk de velden die Orion achterliet en bleef op haar basis. Niet lang daarna, tijdens de bloedhete zomer van 2004, gingen de handen uit de mouwen en bouwden de Trekvogelleden de nieuwe kleedkamers. In de wetenschap dat er hen daarmee een mooi bedrag wachtte in de clubkas, waarmee vervolgens het eerste veld van kunstgras kon worden voorzien.
Het clubhuis
Trekvogels is van oudsher een arbeidersclub. Anders dan in de begintijd van de club gebeurde het in later jaren steeds meer dat kleine voetballertjes gingen studeren en studenten van buiten zich aansloten bij Trekvogels. "Juist het gemengde kenmerkt nu de club'" vertelt Fanny, "En dat gaat eigenlijk altijd goed samen. Er is nooit mot onderling of groepsvorming."
Trekvogels heeft de naam opgebouwd een club te zijn waar het naast de sportprestaties om gezelligheid gaat. “De kleinste aanleiding is eigenlijk al een mooie reden om een feestje te bouwen. En als er geen reden voor een feestje wordt gevonden dan kan het zo zijn dat de avond toch in een feest eindigt.”
Onder de discolampen van het clubhuis
Daar heerst op zondagmiddag dan weer meer de sfeer van een bont, bruin café waar zeker de aandacht niet alleen naar de velden gaat. De tegenstanders zijn er na afloop, bij de derde helft, soms ook niet weg te slaan.
Langs de zijlijnen is er ook die betrokkenheid. Frank is dit jaar naar alle uit en thuis wedstrijden van de - nieuwe -seniorenteams gaan kijken. Hij is niet de enige, het is de clubtrouw en interesse in elkaar die dat teweeg brengt. Al kennen ze elkaar niet allemaal, ook niet bij naam, wel vaak van gezicht. In die gemoedelijk atmosfeer voelen ook nieuwe leden zich al snel thuis, door de andere activiteiten maken ze vlot vrienden. "Én, nieuwe mensen worden snel geaccepteerd", vertelt Fanny, “Ook al wijk je af van de norm. Homoseksualiteit bijvoorbeeld, zeker in de vrouwenteams, is geen enkel punt.”
“Ik heb zelf zeven jaar in Utrecht gewoond, niet iedereen hier bij de club zal dat herkennen, omdat ik hier altijd was, maar dat geeft wel aan dat ik me verbonden voelde. Ik had ook daar kunnen gaan voetballen, maar ik ging ieder weekend naar Nijmegen.”
De opmars van de vrouwenteams
En dat had een reden. Trekvogels was indertijd in 1980 een van de lokale clubs waar het vrouwenvoetbal als eerste goed kon groeien. Voor de eerlijkheid vertelt Frank er wel bij dat helemaal in het begin: “Nou ja, toen vonden we het eigenlijk helemaal niks.” Na een enthousiaste start zakte het vrouwenvoetbal na een paar jaar in om daarna weer helemaal op te vlammen met een nieuw eerste dameselftal. Fanny was daar bij.
Als vrouwenteam klommen ze vervolgens rap op, in het kielzog gevolgd door weer een ander damesteam en zo verder, er kwamen er steeds meer bij. Steeds hoger in klasse ook. Met het team waar Fanny ooit mee startte, vierde ze vele kampioenschappen. Wat uiteindelijk leidde tot promotie naar de hoofdklasse. De speelsters bleven lang als één team bij elkaar. Die combinatie van eenheid en natuurlijk ook talent maakte volgens Fanny dat ze zover kwamen. Pas in de studietijd kwamen wat wisselingen in de samenstelling.
Frank zag die ontwikkeling, na zijn aanvankelijke scepsis, met plezier aan. “Waar we nu staan, kunnen we het vrouwenvoetbal nu absoluut niet meer missen. En dat geldt zowel voor op het veld, als binnen. We hebben niet voor niks vijf dameselftallen.”
Verschillen zijn er uiteraard wel. Snelheid, tactiek en persoonlijke acties zijn wel de sterke punten van de damesteams. Mannen zijn krachtiger, zijn daardoor meer fysiek in de duels.
Wat ook een verschil is volgens Frank: vrouwen stappen er wat makkelijker overheen als de tegenstander een overtreding maakt, bij de heren blijft dat wat langer op het veld hangen.
Drukte op de velden
"We hebben momenteel 4 A-elftallen lopen", vertelt Frank, "Ik hoop dat ze straks de sprong naar de seniorenafdeling maken. Dat is alleen maar goed voor de vereniging." Wat opvalt is dat de vriendenelftallen steeds belangrijker zijn geworden. Onlangs meldde zich zelfs een compleet nieuw seniorenelftal aan. Er zijn drie velden, twee kunstgrasvelden en een wetra-veldje - soms is het wel puzzelen met de ruimte.
Ook bij de dames blijft het goed lopen. Het hoge niveau dat door de Trekvogelsdames gespeeld wordt trekt. Voor zowel de heren als dames geldt dat er aanwas is van studenten die vanuit elders in Nijmegen zijn komen studeren of die lid waren van FC Kunde en hun studie er op hebben zitten maar nog wel in Nijmegen willen blijven voetballen.
Niet minder belangrijk is de groei met de jonge voetballertjes uit de wijk. Om hen vakkundig te trainen en te begeleiden, heeft Trekvogels een aantal jaar geleden - samen met het ROC - het fenomeen Voetbalacademie in het leven geroepen.
Tot vier jaar geleden voetbalde Fanny als spits in het eerste dameselftal. Nog steeds samen met Nikki, met wie ze ooit bij Trekvogels begon. In 2019 maakte ze ook de overstap naar een vriendenteam. De meeste leden daarvan hebben gespeeld op redelijk hoog niveau. Spelen in dit team betekent dat het minder intensief en wat vrijblijvender is. Wat weer ruimte geeft voor andere zaken in het leven. Maar ze kan in ieder geval nog regelmatig tegen een balletje trappen.
Een hele goede reden voor feestjes
Het honderdjarig bestaan is natuurlijk een heel mooie aanleiding - voor een club die van feesten houdt - om een mooi feestprogramma op te stellen. Aanstaande 8 april is de aftrap daarvan met een receptie en presentatie van een jubileumboek, gevolgd door een grote feestavond op zaterdag 9 april, een zeskamp op 18 juni én verschillende andere activiteiten.
Wil je mee feesten? Kijk dan op www.vvtrekvogels.nl/trekvogels-100-jaar
Foto's zijn niet rechtenvrij en blijven voorbehouden aan de fotograaf. Gebruik in overleg met de fotograaf